Gendergedoe

Sinds een tijdje moet alles genderneutraal zijn.
Prima, dacht ik. Moeten we ons daar druk over maken?
Kennelijk toch.

Laatst zag ik een manlijke directeur die het stokje doorgaf aan een vrouw. In zijn afscheidsspeech vertelde hij hoe ontzettend trots hij was op haar.

Ik voelde woede in mij opkomen.
Hoe denigrerend kun je doen?
Nog voor ze aantrad, kon ze al inpakken.
Wat was hij toch trots op haar.

En dus zou dit een woedend stukje worden. Ik zou de wereld wel eens vertellen hoezeer de dominantie van de man tóch nog steeds in onze maatschappij was ingebed.

Ja ja, dit zou een zwaar feministisch blogje worden.
Ik wist nog niet dat ik een feministe was,
maar als een man in staat was dit te zeggen…
nou, dan kon ik er ook wat van.

Een vrouw zou immers nooit zeggen dat ze trots is op de man die haar opvolger is? Bij mij komt het in ieder geval niet op. Mooi, eindelijk had ik een goed punt te pakken. Eindelijk een stevige, woedende blog.

Vlak voordat ik mijn tirade ging schrijven, checkte ik het nog even bij mijn zoon.

Ik zei: “Ik zal niet meer zeggen dat ik trots op je ben.
Voortaan zeg ik: ‘Ik vind dat je het goed doet.’
Want als ik ‘trots op je ben’,
claim ik niet alleen meerderwaardigheid voor mezelf
maar ook een aandeel in jouw succes.
Zo complimenteer ik in feite mezelf.”

Mijn zoon was dit totaal niet met me eens.
Volgens hem was het maar net hoe je het zag.

Zo, dat was het slechte nieuws van deze week.
Daar ging ik met mijn vlammende blog.
Kennelijk is niet ieder woord
voor elke taalgebruiker wat het lijkt.

Het goede nieuws is daarentegen
dat dit blogje een stuk genuanceerder is geworden dan gepland
en dat mijn zoon mijn trots – vooralsnog – tolereert.

Bemoederschap

(liedje met duizend melodieën)

Bemie – bema – bemoederschap
houden we ooit op?
Bemie – bema – bemoederschap
wanneer zeggen we stop?

Doe je jas aan
kam je haren
maak je huiswerk
maak plezier

ik vertel je
wat je doen moet
ook al weet ik
zelf geen zier.

Bemie – bema – bemoederschap
keert het ook eens om?
Jawel hoor, als de kinderen zeggen:
mam, doe niet zo stom.

(levenslang herhalen vanaf het begin)

Best practice

Het was maar een zinnetje.
Of nee: het was maar één zinnetje.
En het maakte het verschil.

Het was een regenachtige zondagmiddag,
zo eentje waarop je aan je goede voornemens toekomt.
Ik wilde lampen kopen op internet.
Het kijkwerk was gedaan,
het koopmoment was daar.

Maar als je het over lampen hebt,
gaat het al gauw over een stevig bedrag.
Dus om dat nou volledig te betalen,
terwijl je – laten we eerlijk zijn –
eigenlijk geen flauw benul hebt
wie er achter die website zit…

Er stond een foto van een winkelpand,
je kon ze bellen, maar niet op zondagmiddag.
Hmmmm… toch maar uitstellen?
Maar ik wilde m’n goede voornemen uitvoeren,
en natuurlijk wilde ik die lampen
inmiddels gewoon hébben.

Tegen beter weten in
doorliep ik het bestelformulier.
Naam, adres, postcode,
o nee, dacht ik: straks krijg je de bezorging.
Waarom ben ik nooit thuis
als er een pakje wordt bezorgd?
En dit wordt zeker een groot pakket.
Arme buren.

Nadat ik zonder enig lezen of nadenken
met alle voorwaarden akkoord was gegaan,
kreeg ik de vraag of het bezorgadres het mijne moest zijn.
Ongemakkelijk nam ik de gok
– voor de zoveelste keer –
ik vulde in: natuurlijk.

En plots was daar die ene zin:
Welke bezorgdag komt u het beste uit?

De keuze was niet eens zo groot,
maar er zat een heuse zaterdag in.
Ik kon mijn ogen niet geloven.

Welke bezorgdag komt u het beste uit?

Dit ene zinnetje vertelde mij
dat deze ondernemer perfect begrijpt
hoe je een winkel draait.

– Als u zich afvraagt wat ik bedoel,
praat ik graag met u verder. –

Vooruitbetalen was geen issue meer,
het was alsof de winkelier voor me stond:
“Dank u wel, graag tot ziens.
Ik wens u een heel fijn weekend.”

Workplace

Green bench
Green walls
Green floor
Grey corridor

I type
Bikers bike
Birds sing
Workers walk

Reminds me of my next appointment
in two hours

Sun’s out
Ceiling’s blue
Laptop’s warm
Blog’s done

No time like summertime
and two precious hours to spare
at Vondel Park Office

Rain

Sit still
sip coffee
hear the drops
acceptance

Actually, rain is a relief;
It takes away everything else I could be doing now.

Sit still
do your work
rain gives focus

Read books
enjoy art
perceive beauty

I swear my morning cappuccino
tastes much better when it rains

When the drops don’t stop
there is a point
where I embrace
go out for better
and get worse

I am a drop

Alive

Puber

Af en toe kom ik een woord tegen, waar ik tegen ben.

Tenminste, zelf zou ik het niet graag gebruiken.

U raadt het al, ik heb het over ‘puber’.

Wat is een puber?

Zoek niet in Van Dale, die maakt zich er makkelijk van af: een puber is iemand in de puberteit. De puberteit is volgens Van Dale de periode waarin de geslachtsrijpheid intreedt en zich ontwikkelt.

Hoewel, misschien is Van Dale behulpzamer dan ik dacht. Deze definitie maakt in ieder geval duidelijk waarom ik het woord niet graag gebruik. Als ik u een puber noem, vertel ik daarmee impliciet dat mijn inschatting is dat bij u de geslachtsrijpheid aan het intreden is en zich ontwikkelt.

Beslist een fijne binnenkomer. Geen wonder als u op zo’n moment niet meer met me wilt praten. Ik geef u groot gelijk.

Met enige regelmaat krijg ik de belangstellende vraag of mijn kinderen al aan het puberen zijn. Meestal vraag ik dan: wat bedoel je precies? En zo krijg ik een aanvulling op Van Dale: nou ja, je weet wel, lastig kind, humeurig, eigenwijs, recalcitrant…

Steevast is mijn antwoord dat ik zelf… nou ja, laat ik eerlijk zijn, dat ik zelf misschien ook niet altijd even makkelijk ben.

U wel?

Gelukkig is mijn humeur bijna altijd zonnig. En eigenwijsheid – mits met wijsheid en met mate – kan dat kwaad?

Blijft over de recalcitrantie. Natuurlijk is het niet makkelijk als je het oneens bent. Voor mij in ieder geval niet. Maar ieder mens zal toch z’n eigen kompas moeten ontwikkelen? Zo’n kompas krijg je, je test het, stelt het bij, je praat erover, past het aan, bij de volgende test gaat het kapot, je repareert het, je houdt het tegen het licht, enzovoorts, je leven lang. Als mijn kinderen hetzelfde doen met hún kompas, geeft dat mij toch niet het recht om hen pubers te noemen? Dan doemt bij mij al gauw de vraag op wie er nu eigenlijk pubert tegen wie?

O jee, nou durft u nooit meer belangstellend naar m’n kinderen te vragen.

Of u denkt: zo, die kinderen puberen duidelijk nog niet, anders praatte ze wel anders. En wellicht heeft u gelijk.

Excuses dat ik erover begon. Hoe kunt u als vriendelijk mens nou weten van mijn puberallergie? Bovendien ben ik iedereen die dit woord gebruikt, bijzonder erkentelijk. Zonder u had ik deze blog nooit geschreven.

Weet u wat? We doen het gewoon opnieuw. U vroeg me hoe het ging. Nou goed dus, ik ben met allerlei mooie plannen bezig. En of de kinderen al aan het puberen zijn? Nou, vooralsnog niet echt, geloof ik. Al moet je als ouder misschien niet te naïef zijn.

En hoe is het met u?

Altijd en overal

De tijd van de doempredikers is voorbij, maar doempredikers zijn van alle tijden. Zo is er iemand geweest die ooit vanaf zijn kansel tegen me zei:

“Jij zult nooit…”

Het mes van woorden vloog door de lucht
en pinde mij als een papiertje tegen het hout.
Het lemmet trilde nog even na.

Jij zult nooit…

Achteraf moet ik hem dankbaar zijn
dat hij zijn betoog met deze woorden begon.
Ik dacht: hoe kan hij zoiets nou weten?
En door die gedachte heb ik niet meer geluisterd.

Jij zult nooit…
Zo spreekt iemand die liever naar anderen wijst dan naar zichzelf.
Wat overblijft na verloop van tijd
kan – denk ik – weinig anders zijn dan verbittering.

Zo, dat voelt goed!
Effe lekker mijn gram gehaald, achteraf.
Gelukkig kan ‘jij zult nooit’ zich in mijn blog niet verdedigen.
Want ik ben de spreker, dit is mijn blog.

Oeps, nou sta ik op de kansel.
Wel een beetje hoog hier.

Nu maar hopen dat ik de wijsheid heb
om niet mijn neus in de lucht te steken.
Da’s lastig, want de lucht is hier best ijl.
Oké, daar gaan we:

Ik hoop dat het mij lukken zal
om hier op deze hoge kansel
altijd, overal, onder alle omstandigheden,
en zelfs tegen mensen zoals ‘jij zult nooit’,
met een goede onderbouwing te zeggen:

“Ik denk dat je min of meer overal kunt komen waar je wilt,
als je er jouw manier voor vindt.”