Vooruit

Ik weet niet wat het is vandaag
maar iedereen in de dorpssupermarkt
heeft meer tijd dan ik.

Ik ben flex,
ik pas me aan;
rustig aan
is kennelijk
de snelste weg
vooruit.

Nadat ik een half uur lang
iedereen
die kamerbreed
de gangpaden voor me
heeft geblokkeerd
vriendelijk voor heb laten gaan,
kom ik bij de kassa.

Net wanneer ik
zo snel als ik kan
mijn drie tassen heb ingepakt
op twee komkommers na,
klinkt het dwingend achter me:
“Ken u effe doorrije?”

Sleutel

Altijd gedoe, m’n vakantietas pakken.
T-shirts, zwemspullen, dat is makkelijk.
Maar m’n trui, een jas… neem ik ze mee?

Eén ding gaat er zeker mee:
de reservesleutel van de auto.
Stel je voor, dat is zo stom;
dan ben je de autosleutel kwijt
en kun je nergens meer naartoe.
En je hébt wel een reservesleutel,
maar die ligt thuis!
Dat gaat ons dus niet gebeuren,
zorgvuldig pak ik mijn spullen bij elkaar.

Na twee dagen op onze eerste vakantieplek,
besluiten we verder te trekken
en pakken we ons boeltje in.
Het is een paar keer op en neer lopen naar de auto.
Ik geef de reservesleutel even aan m’n man.
Hij geeft ‘m terug, ik stop hem in m’n zak…
en een half uur later is hij kwijt.

Wat ben ik een gruwelijke sufferd,
hoe kan dat ding verdwenen zijn,
ik heb er nog wel zo goed op gepast?
We zoeken overal,
lopen waar ik gelopen heb,
checken al onze broekzakken,
de stoelen waar ik op gezeten heb…
maar de sleutel is verdwenen.

Waarom moest ik ook alweer
die reservesleutel mee?

Brits

Hmmmm… heerlijke ochtend!
In de zon fiets ik langs het water naar m’n werk.
Voor me twee verdachte fietsers,
ik bedoel…
wie fietst er nou op dit lege fietspad
ietsje linkser dan rechts
maar toch keurig achter elkaar?
Nee, het zijn niet eens racefietsers,
ze rijden op Cortina’s
en hun tempo is puberaal.

Als ik ze voorbij zoef in de bocht
op mijn twintig jaar oude,
trouwe damesfiets met fietstas,
hoor ik in onvervalst Brits:
– “We’re done, mate”
– “I know, inner lane ’n all”

(Vertaling:
“Hee gast, we liggen eraf”
“Ja vernederd man, letterlijk”)

Amsterdam 2026

Op een kruispunt sta ik
in Amsterdam
Voor mij als fietser is het rood,
maar voor voetgangers in dezelfde richting
staat het licht op groen.
Meeliftend op het voetgangers-groen
wil ik het zebrapad over fietsen;
de weg is vrij, er is geen voetganger te zien.
Maar als ik voor de zekerheid
eerst nog heel even naar rechts kijk,
worden mijn plannen gedwarsboomd door een tram.
Het licht voor hem kan onmogelijk op groen staan,
maar ook hij heeft het lege zebrapad gezien.

Wild

Ik fiets alleen over de Veluwe.
Overal is wild te zien,
maar veel mensen zien het niet;
ze zijn gezellig aan het kletsen.

Maar nee, neem mij;
ik fiets in stilte,
zoef en kijk goed om me heen,
zit stilletjes te genieten.

Hazenoren steken uit boven het gras,
een hertje knabbelt blaadjes,
een hele kudde Schotse hooglanders ligt onder de bomen.

Maar dan, wat zie ik in de verte?
Het gras komt tot je middel,
maar wat steekt erbovenuit?

Ah! Ik zie het al:
mensen.

Lief

Ik wacht voor het stoplicht,
voor mij is het rood.
Voor de voetgangers
is het groen,
al steekt er niemand over.
Wel staat er een jongen
en een meisje
bij het zebrapad, vlakbij de paal.
De een zegt iets tegen de lucht.
De ander laat een stilte vallen,
en zegt dan afwezig iets terug
de andere kant op.
Ze hebben het allebei
veel te druk
met iets dringends
op hun telefoon
om op het stoplicht te letten
of voor een echt gesprek.
Zo blijven ze staan,
maar ik zie hoe het meisje
met een zo strak mogelijke blik
op haar telefoon
in haar ooghoek checkt
hoe het stoplicht
weer op rood springt.
Heel even zie ik
haar gezichtje stralen:
ze kan nog
een paar minuutjes
met hem blijven staan.

Vraag

In m’n werk kom ik vaak mensen tegen
die hier niet zijn opgegroeid,
maar hier al wel een aantal jaar wonen.

Als ik ook maar even de kans krijg,
stel ik ze mijn lievelingsvraag:
wat vind je vervelend aan Nederlanders?

Zo leer ik een heleboel over ons:
we zijn direct, maar dat is fijn,
we steken graag een vingertje op,
dan weten we het beter.
Onze huisartsen ‘doen’ niks,
hoogzwangere vrouwen laten we gewoon staan in de trein,
we eten graag mee als iemand iets lekkers meeneemt,
maar zelf iets trakteren… mwah.

Hoe vaker je de vraag stelt,
hoe bescheidener je wordt,
ik laat het graag gebeuren.

Laatst kreeg ik de kans weer,
in een ietsje groter gezelschap:
“Wat vind je vervelend aan Nederlanders?”

Er kwam een antwoord dat ik nog niet had gehoord:
“Nederlanders gebruiken geen tissues.
M’n collega’s zitten soms de hele dag
met een uitgebreid snurkgeluid
hun snot op te halen.”

Je begrijpt, ik was even stil.
Maar gelukkig zat er nog een Nederlander bij,
die had zijn antwoord wel paraat.
Hij stak nog net geen vingertje op:
“Jaja, maar je neus ophalen
is véél gezonder dan snuiten.”

Oude bekende

Ik doe boodschappen in het dorp
waar mijn moeder is opgegroeid.
Dat betekent dat je geduld moet hebben
en in moet zijn voor een praatje;
in een dorp gaan dingen anders.

In de supermarkt komt een oude man op me af.
Hij zegt hallo en kijkt me aan
met een vragende blik.
Omdat zijn overtuiging mij de indruk geeft
dat ik hem zou moeten kennen,
en omdat je daarmee in een dorp
maar niet voorzichtig genoeg kan zijn,
help ik hem maar gauw uit de brand
en vertel van wie ik de dochter ben.
Er gaat maar vaag een lichtje branden.

Omdat ik vermoed dat hij zich op zijn leeftijd
wel rot zal voelen dat hij het allemaal niet meer weet,
zeg ik: “Sorry, ik ben je naam vergeten.”
Hij noemt een naam die ik me niet herinner,
dus om het niet te ongemakkelijk te maken,
vraag ik meteen: “Hoe is het nu met jou?”

Nou ja, goed, hij gaat verhuizen.
Hij heeft een vriendin in een ander dorp nu,
maar zij kan niet autorijden.
Dus gaat hij, op z’n 86e,
verhuizen naar een ander dorp.
Het is een hele stap.

Ik feliciteer hem, wat ontzettend leuk!
En ik help hem nog even de verkoopster te roepen,
zodat hij zijn tulpen af kan rekenen.
Ik wens hem succes met de verhuizing
en ga maar weer een keer op huis aan.

Op de fiets terug vraag ik me af
wie van ons tweeën
het eerst door had
dat hij met een vreemde
heeft gepraat.

Was

 

Welke moeder
heeft geen hekel
aan de was?
Die eindeloze
stapel kleren;
zo’n klus die altijd
op je schouders drukt,
en als je niet
heel goed uitkijkt
ook op je humeur.

De waanzinnige opluchting
van grote kinderen
is dat ze zelf
hun wasjes draaien.
Aan m’n was
komt weer een einde;
eindelijk herken ik weer
mijn eigen, vrije zelf.

Na vele jaren
trouwe dienst
is onze familie-wasmachine
aan z’n eind gekomen.
Het lukt nog net
om één wasje te draaien,
de nieuwe is besteld.
Ik kijk naar onze stapel was
zoals die deze week is gegroeid
en bedenk welke kleren ik nodig heb.

Dan betrap ik mezelf
op een gruwelijke gedachte:
ik verheug me op de nieuwe wasmachine.

Claude

Ken je Claude al?
Claude is hot.
Na Chat, Copilot enzovoorts,
is Claude je personeel.

Als ZZP’er is dat natuurlijk
iets waar ik al jaren van droom.
Iemand die m’n boekhouding doet?
AI kan dit natuurlijk niet
vanwege de vertrouwelijkheid;
toch ben ik nieuwsgierig.

Weet je wat?
Ik ga gewoon aan de slag.
Eens kijken wat er wél kan.
Zou Claude me van het lokale nieuws
op de hoogte kunnen houden?
Ik maak een account
en een profiel,
vertel mijn interesses…

Kijk aan,
ik krijg een dashboard te zien,
alles is in het Nederlands.
Per onderwerp dat mij interesseert
is er een tabblad.

Het belangrijkste tabblad staat linksboven:
Hete Stories Nu