Tolk

Tolk zijn is een raar beroep.
Voor de goede orde:
tolken is direct omzetten
van en in gesproken taal.
Als je tolk wilt worden
is het handig om te beseffen
dat je voor je werk
meer dan wie dan ook zult praten.
Je zit niet alleen veel in gesprekken
maar bij een gesprek ben je al gauw
twee keer zo veel als alle anderen aan het woord.
Je tolkt immers de woorden van meerdere sprekers.

Maar wat ik me nu pas realiseer
is dat ik, naarmate ik langer tolk ben
iets veel belangrijkers heb geleerd dan taal.
De kunst om ergens te zijn zonder er te zijn
en nooit te denken dat ik iets weet
ik ben immers te gast in andermans leven.

Zo tolkte ik laatst bij een enorme discussie
over een simpel ogende rekenfout
waarvan niet zeker was of die er wel was
tenminste, volgens de ene partij was het goed
en volgens de andere was het fout.
Maar door ieders stelligheid
was niemand meer zeker van zichzelf.
Een tussenpersoon probeerde helderheid te krijgen.

Toen het na een half uur discussiëren
zonder uitkomst even stilviel
en de dame naast me aan mij persoonlijk
vroeg of ik het wél begreep
heb ik vriendelijk mijn schouders opgehaald:
“Dat is voor de tolk niet belangrijk…”