Laatst

Iemand moet de laatste zijn.
Ik heb die twijfelachtige eer
vaak als we vertrekken.
Vandaag ligt de lat hoog;
voor het eerst in heel veel jaar
gaan we het natuurijs op.

De zon schijnt,
lekker ontbijt.
Jawel, vandaag
doe ik het beter.

Weet je wat?
ik doe alles van tevoren aan,
dat scheelt gedoe.
Jas dicht, bivak op, muts op,
dikke wanten aan…
Ooooh… daar heb je het al,
hoe moet dat nu met m’n veters?

Vol goede moed stap ik snel
met losse veters de auto in.
Zie je? Vandaag doe ik het efficiënter.
Rijdend langs het ijs,
verheug ik me op wat komen gaat.
In gedachten zweef ik al over het meer,
wat ziet de natuur er schitterend uit.

Kennelijk zie ik er zo ingepakt
een beetje a-relaxed uit,
want m’n man geeft me een handige tip:
“Heb je alles nu al aan,
is dat niet veel te warm?
Dat kan toch ook straks wel?”

Plotseling staat de BOA daar:
“Nee meneer, u mag hier niet parkeren.”
Galant als hij is, laat mijn man
mij en de kinderen de auto uit.
Zo kunnen we makkelijk bij het ijs.
Hij bedenkt wel iets,
we zien hem straks vanzelf verschijnen.

Daar sta ik plotseling op straat.
Tas, wanten, muts, bivak,
alles fladdert om me heen.
Al ik zo verder loop
ben ik straks m’n spullen kwijt.
Even alles goed doen.

Mijn zoon staat stil,
iets verderop.
Zijn stem klinkt liefdevol:
“Mama, kom je?”

Echt

Toen ze voor het eerst
ruzie hadden,
heeft hij haar
ten huwelijk gevraagd.

Inmiddels zijn ze
bijna 60 jaar samen.

Hij is vaak genoeg ziek geweest,
toch is het ergste hem
– wonderlijk genoeg –
nog altijd bespaard gebleven.

Zo kwamen ze tot hun verbazing
toe aan de volstrekt onverwachte vraag:
stel nou dat je het zou krijgen,
wil je dan weer de IC op?

Het antwoord bleek er niet te zijn;
in al die jaren heeft hij geleerd:
je weet niet hoe het loopt.

Maar de één zonder de ander
of de ander zonder de één…
We werden héél voorzichtig.

Als yin en yang
leefden mijn vader en mijn moeder
samen door de maanden heen.
Elke dag was er
toch weer eentje.

Hij moest voor iets anders
naar het ziekenhuis.
We hielden onze adem in.
Hij had al zo vaak geluk gehad;
wat konden we ervan zeggen?

Je kunt niet weten hoe het loopt.
Over een paar dagen
krijgen ze hun eerste prik.
Wonderen bestaan.