Lief

Ik wacht voor het stoplicht,
voor mij is het rood.
Voor de voetgangers
is het groen,
al steekt er niemand over.
Wel staat er een jongen
en een meisje
bij het zebrapad, vlakbij de paal.
De een zegt iets tegen de lucht.
De ander laat een stilte vallen,
en zegt dan afwezig iets terug
de andere kant op.
Ze hebben het allebei
veel te druk
met iets dringends
op hun telefoon
om op het stoplicht te letten
of voor een echt gesprek.
Zo blijven ze staan,
maar ik zie hoe het meisje
met een zo strak mogelijke blik
op haar telefoon
in haar ooghoek checkt
hoe het stoplicht
weer op rood springt.
Heel even zie ik
haar gezichtje stralen:
ze kan nog
een paar minuutjes
met hem blijven staan.

Vraag

In m’n werk kom ik vaak mensen tegen
die hier niet zijn opgegroeid,
maar hier al wel een aantal jaar wonen.

Als ik ook maar even de kans krijg,
stel ik ze mijn lievelingsvraag:
wat vind je vervelend aan Nederlanders?

Zo leer ik een heleboel over ons:
we zijn direct, maar dat is fijn,
we steken graag een vingertje op,
dan weten we het beter.
Onze huisartsen ‘doen’ niks,
hoogzwangere vrouwen laten we gewoon staan in de trein,
we eten graag mee als iemand iets lekkers meeneemt,
maar zelf iets trakteren… mwah.

Hoe vaker je de vraag stelt,
hoe bescheidener je wordt,
ik laat het graag gebeuren.

Laatst kreeg ik de kans weer,
in een ietsje groter gezelschap:
“Wat vind je vervelend aan Nederlanders?”

Er kwam een antwoord dat ik nog niet had gehoord:
“Nederlanders gebruiken geen tissues.
M’n collega’s zitten soms de hele dag
met een uitgebreid snurkgeluid
hun snot op te halen.”

Je begrijpt, ik was even stil.
Maar gelukkig zat er nog een Nederlander bij,
die had zijn antwoord wel paraat.
Hij stak nog net geen vingertje op:
“Jaja, maar je neus ophalen
is véél gezonder dan snuiten.”