
Ik wacht voor het stoplicht,
voor mij is het rood.
Voor de voetgangers
is het groen,
al steekt er niemand over.
Wel staat er een jongen
en een meisje
bij het zebrapad, vlakbij de paal.
De een zegt iets tegen de lucht.
De ander laat een stilte vallen,
en zegt dan afwezig iets terug
de andere kant op.
Ze hebben het allebei
veel te druk
met iets dringends
op hun telefoon
om op het stoplicht te letten
of voor een echt gesprek.
Zo blijven ze staan,
maar ik zie hoe het meisje
met een zo strak mogelijke blik
op haar telefoon
in haar ooghoek checkt
hoe het stoplicht
weer op rood springt.
Heel even zie ik
haar gezichtje stralen:
ze kan nog
een paar minuutjes
met hem blijven staan.
