Groen

Hoe zorg je als volwassene
dat je, alsjeblieft,
niet zo irritant doet
tegen pubers?

Naast me bij het stoplicht
staat een jongen.
Vermoedelijk een jaar of 14,
volledig verdiept in zijn telefoon.
Het stoplicht springt op groen,
maar hij komt niet in beweging.
Ik aarzel, het zijn mijn zaken niet;
zelf moet ik een andere kant op
en voor mij is het nog rood.

Het lukt me niet
om te zwijgen.
Ik bedoel: te lullig toch?
Hij heeft ook een drukke dag,
hij heeft het gewoon niet door,
ik kan hem toch wel helpen.

Voorzichtig zeg ik:
“’t Is groen.”

Tegen de tijd
dat hij opkijkt
staat het stoplicht
weer op rood.

Zie je wel,
boomer.

Menu

Op vakantie
in een dorp in Spanje.
Het is de dag van de vrouw
en etenstijd.

Op het bord voor de deur
van het restaurant
lees ik het menu:

voorgerecht
hoofdgerecht
iets te drinken
toetje & koffie

Zo. Dan ben je als kok maar meteen
van alle gezeur verlost.
Als moeder kan ik me er
goed in vinden.
Welke moeder heeft er geen hekel
aan de vraag
wat eten we vandaag?

We strijken neer op het terras
en bestellen het menu.

Binnen, in hetzelfde restaurant
is er een evenement gaande:
vrouwen uit het dorp
komen hier vandaag eten
ter viering van
vrouwendag.

Terwijl wij stilletjes
genieten
van een heerlijke paella,
druppelen de vrouwen
bij ons langs
op weg naar de ingang.

Volgens goed
plattelandsgebruik
groeten ze ons
en wensen ons smakelijk eten.

De voor het diner
zo belangrijke vraag
durven ze niet te stellen.
In plaats daarvan
werpen ze allemaal
een steelse blik
op ons bord.