
Zoals je waarschijnlijk weet
ben ik wel eens hockeyscheids.
Een paar weken geleden
– toen dat nog mocht –
floot ik een dameswedstrijd.
We zijn ruim op tijd,
warmgelopen, kennisgemaakt,
goals gecontroleerd,
alles in orde.
Totdat ik zeven minuten voor de start
besef dat ik me eventjes
moet excuseren.
Ik ren naar het damestoilet.
Tijd is tijd, we gaan snel beginnen.
Ik was mijn handen
maar de zeepflacons zijn leeg,
de prullenbakken zitten vol
gebruikte afdroogdoekjes.
Dit is geen goed plan;
met mijn handen hou ik straks mijn fluitje vast
en dat fluitje gaat in mijn mond.
Help! Nu gaan we toch niet
22 eagere speelsters
uitgerekend aan de start
laten wachten omdat een schèids zo nodig
haar handen moet gaan wassen?
Tom Poes, verzin een list.
Weet je wat?
Het herentoilet?
Ik sluip naar binnen,
geen man te bekennen,
gelukkig wel zeep in overvloed
en stapels ongebruikte papieren doekjes.
Soms kun je maar beter
niet zien wat je ziet
of daar in ieder geval
voor het moment
geen conclusies aan verbinden.
Ik was mijn handen in onschuld,
ik ben nergens geweest.
Ziezo, we kunnen op tijd beginnen.
Probleem opgelost.
