Handen wassen

Zoals je waarschijnlijk weet
ben ik wel eens hockeyscheids.
Een paar weken geleden
– toen dat nog mocht –
floot ik een dameswedstrijd.

We zijn ruim op tijd,
warmgelopen, kennisgemaakt,
goals gecontroleerd,
alles in orde.
Totdat ik zeven minuten voor de start
besef dat ik me eventjes
moet excuseren.

Ik ren naar het damestoilet.
Tijd is tijd, we gaan snel beginnen.
Ik was mijn handen
maar de zeepflacons zijn leeg,
de prullenbakken zitten vol
gebruikte afdroogdoekjes.
Dit is geen goed plan;
met mijn handen hou ik straks mijn fluitje vast
en dat fluitje gaat in mijn mond.

Help! Nu gaan we toch niet
22 eagere speelsters
uitgerekend aan de start
laten wachten omdat een schèids zo nodig
haar handen moet gaan wassen?

Tom Poes, verzin een list.
Weet je wat?
Het herentoilet?
Ik sluip naar binnen,
geen man te bekennen,
gelukkig wel zeep in overvloed
en stapels ongebruikte papieren doekjes.

Soms kun je maar beter
niet zien wat je ziet
of daar in ieder geval
voor het moment
geen conclusies aan verbinden.

Ik was mijn handen in onschuld,
ik ben nergens geweest.
Ziezo, we kunnen op tijd beginnen.
Probleem opgelost.

Mis

Het ijsseizoen begint,
dat betekent twee keer per week
’s avonds een uur rijden
om mijn zoon van het ijs te halen.

Natuurlijk wissel ik af met mijn man
en natuurlijk, elke ouder rijdt zijn kind,
en natuurlijk gun ik hem zijn sport,
helemaal nu,
maar ’s avonds autorijden
is niet bepaald mijn hobby.

Hij traint niet meer zo vaak,
toch zie ik er tegenop.
Twee keer per week zorgen
dat er ’s middags iets warms te eten is.
Toeschouwer zijn bij wedstrijden;
leuk, maar stilstaan in de kou…
ik ben er gewoon niet goed in.

Afijn, het ijsseizoen begint,
je komt er als ouder niet onderuit.
Het voelt alsof ik de achtbaan op ga;
iets waar ik altijd spijt van krijg,
maar ja, ik ben erin gestapt,
het sportseizoen is begonnen.

De dag gaat snel;
voor ik het weet
moet ik gaan.
De sleutel in het contact,
verwarming behaaglijk aan,
op de radio zoek ik
een aangenaam muziekje.

Op de terugweg straks
speelt mijn zoon voor DJ.
Dan gaan we van Lennard
via Jimi naar Goldband
en draaien van alles
wat ik niet ken.

Als ik de snelweg op stuur
daalt langzaam het besef
dat m’n zoon dit jaar eindexamen doet.
Ik geef een trap tegen het gaspedaal;
het ergste van dit stomme gedoe
is dat ik het nog ga missen.