Bel

M’n fietsbel is kapot.
Al een tijdje
vraag ik me af
of ik wel
een nieuwe moet kopen.
Een fietsbel
in Amsterdam
lijkt wel
uit de tijd.
Ik bedoel
de enigen
die zo’n ding
nog echt, actief gebruiken
zitten op een snelle e-bike
waarop ze meestal
harder rijden
dan een auto mag.

Dus ik,
op m’n traditionele fiets,
met een fietsbel?
Ze horen me aankomen.
En eerlijk is eerlijk,
met mijn tempo;
hoe nodig is zo’n bel
nou helemaal?

Amsterdam-Centrum,
ik zit lekker te trappen.
Een paar meter voor me
wil een dame
met de ABS-rem van haar e-bike
vlak voor mijn neus
stil gaan staan.
Ook van rechts komt er iemand
die ik te laat heb gezien.
Ik schiet in de remmen,
die piepen zo ongeveer
de hele straat bij elkaar.

Nog nooit heb ik mensen
zo razendsnel
voor me opzij zien gaan.
Bel? Neuh, dit werkt veel beter.

Trein

Soms ben ik even niet
de baas van m’n schema.
Ik ren om de trein te halen.
Yes, gelukt!
Als ik erin stap
blijft hij zelfs nog even staan.

Pas op dat moment
besef ik
dat ik ook nog
een telefoontje
moet plegen.

Ja, echt, ik bedoel:
een telefoontje.
Dit kan niet via de app of mail.

Niets irritanters
dan zo iemand
die in z’n eentje
luidkeels
zit te bellen.
Gelukkig is er niemand
op dit balkon van de trein.
Ik besluit te blijven zitten
en doe mijn oortjes in.

De trein blijft natuurlijk
langer staan dan nodig
en er stappen nog twee mensen in.
Ik kijk naar de grond,
vermijd hun blikken.
Ik ben zo’n irritante beller.
Sorry dat ik nu en hier
eventjes besta.

Na een ietwat benepen
telefoontje
durf ik omhoog te kijken.

Mijn medepassagiers
zitten allebei
zorgeloos naar buiten te staren
van onder hun over-ear
koptelefoon.