Nest

Zou het door de lente komen?
Of kijk ik gewoon meer om me heen?
Plotseling interesseer ik mij voor vogels.

In een wilg in de buurt
heb ik een kraaiennest gezien.
Het zit hoog in de boom
en het waait heen en weer.
Windje zes –
ik ben niet jaloers.
Jawel, ik snap
dat er wolkenkrabbers zijn.
Maar toch, ik probeer me
voor te stellen
hoe het is om in een huis te wonen
dat zo heen en weer zwiept.

Ik verbaas me erover
dat dat nest niet uit de boom waait
en hoe de ouders
tijdens het voeden
met hun vleugels balanceren.
Wonderlijk dat je
vanuit zo’n hoge boom
je kinderen durft
te leren vliegen.
Ik stel me zo voor
hoe je met een kind van een jaar
bovenaan de trap gaat staan:
“Hup, vooruit maar,
ja, je kunt het!”

Nadat ik een hele week lang
af en toe heb gemijmerd
over mogelijke symboliek,
komt m’n schoonvader op de koffie.
Hij houdt van vogels,
dus ik zeg:
“Heb je dat prachtige kraaiennest gezien?
Daar zo hoog in de wilg hier verderop?”

Hij werpt een blik op de boom
en zegt dan snel:
“Ja mooi, maar die boom is een populier
en die vogels, dat zijn eksters.”