Er is een woord met een p dat ik niet graag gebruik
omdat er een zekere minachting in doorklinkt
voor middelbare scholieren.
In hoeverre heb je recht van spreken
over iets waar je slechts zijdelings toeschouwer van bent?
Kun je over middelbare scholieren praten
– neerbuigend of niet –
als je zelf niet dagelijks met ze samenleeft?
Welnu, de heugelijke tijd begint aan te breken:
zoetjes aan worden mijn kinderen oud genoeg
en mag ik er voorzichtig iets over zeggen.
Redenerend vanuit mijn eigen situatie
– wie denkt en leeft er immers niet vanuit zijn eigen cocon? –
kan ik u zeggen dat mijn biologische functie
van ‘hoedster’ in ‘voedster’ is veranderd.
Ik sleep steeds meer eten naar ons huis
dat met steeds grotere snelheid wordt verorberd.
Waar vroeger op mijn kompas werd gevaren,
kiezen mijn middelbare scholieren hun eigen route
op basis van een kompas dat niet bepaald noodzakelijk
dezelfde kant op wijst als dat van mij.
Gelukkig maar.
Wat voor de een werkt, werkt vaak niet voor een ander.
Wie zijn zienswijze op wil dringen, wacht een muur.
Maar wat ik nooit had verwacht
is de waarde van hun blik.
Eerlijke observaties
loepzuiver, glashard
niets en vooral mij niet ontziend
meestal met humor
altijd met liefde
– al moet ik daar soms even op wachten –
pijnlijk helder gezien en belicht vanuit de jongerenwereld van vandaag.
Lach om jezelf: jongeren zijn de toekomst.
Zijn wij hun kompas
of zijn zij dat van ons?