Vooruit

Ik weet niet wat het is vandaag
maar iedereen in de dorpssupermarkt
heeft meer tijd dan ik.

Ik ben flex,
ik pas me aan;
rustig aan
is kennelijk
de snelste weg
vooruit.

Nadat ik een half uur lang
iedereen
die kamerbreed
de gangpaden voor me
heeft geblokkeerd
vriendelijk voor heb laten gaan,
kom ik bij de kassa.

Net wanneer ik
zo snel als ik kan
mijn drie tassen heb ingepakt
op twee komkommers na,
klinkt het dwingend achter me:
“Ken u effe doorrije?”