
Het is tijd
om oude kleren
eindelijk eens weg te doen.
M’n kast puilt uit.
Het is iets
waar ik niet goed in ben.
En ik voel me schuldig.
Ik bedoel: het past,
het houdt me warm,
die kleren zijn niet anders dan
een paar jaar geleden.
Oké, toegegeven:
ikzelf ben wél een beetje anders
en die kleren zijn
’n beetje versleten
en uit de mode.
En hier en daar
een pijnlijke miskoop,
waarvan ik al jaren hoop
dat ik alsnog
gelijk krijg.
Wat bezielde mij
toen ik deze kleding kocht?
Ik durf
mijn eigen koopgedrag
nauwelijks
onder ogen te zien.
Maar vandaag ga ik het doen.
Een uur later
zet ik vol trots
een hele halve vuilniszak
vol met oude kleren
bij de deur.
Ik heb mijn verlies geaccepteerd
en kan opgelucht ademhalen.
Als mijn man van werk komt,
vraagt hij of
hij ‘die ene vuilniszak’
meteen even weg zal brengen?
Als ik zeg
dat het oude kleren zijn,
die naar de textielbak moeten,
mompelt hij
terwijl hij wegwandelt,
nietsvermoedend:
“Zonde”
