Weg

Het is tijd
om oude kleren
eindelijk eens weg te doen.
M’n kast puilt uit.

Het is iets
waar ik niet goed in ben.
En ik voel me schuldig.

Ik bedoel: het past,
het houdt me warm,
die kleren zijn niet anders dan
een paar jaar geleden.

Oké, toegegeven:
ikzelf ben wél een beetje anders
en die kleren zijn
’n beetje versleten
en uit de mode.

En hier en daar
een pijnlijke miskoop,
waarvan ik al jaren hoop
dat ik alsnog
gelijk krijg.

Wat bezielde mij
toen ik deze kleding kocht?
Ik durf
mijn eigen koopgedrag
nauwelijks
onder ogen te zien.

Maar vandaag ga ik het doen.

Een uur later
zet ik vol trots
een hele halve vuilniszak
vol met oude kleren
bij de deur.
Ik heb mijn verlies geaccepteerd
en kan opgelucht ademhalen.

Als mijn man van werk komt,
vraagt hij of
hij ‘die ene vuilniszak’
meteen even weg zal brengen?

Als ik zeg
dat het oude kleren zijn,
die naar de textielbak moeten,
mompelt hij
terwijl hij wegwandelt,
nietsvermoedend:
“Zonde”

Mist

Mijn skibril
heb ik ooit
in een wintersportoord gekocht.
Het was de enige
in de winkel
die over mijn
gewone bril
heen paste.
 
Na verloop van tijd
kwam ik erachter
dat het glas
van deze skibril
het beste is
dat ik ooit heb gehad.
Bij mist zie ik altijd
net iets meer
– lijkt het –
dan anderen.
 
Inmiddels is hij
heel oud;
het schuimrubber
valt als zwarte sneeuw
voor m’n ogen,
de antifog is uitgewerkt,
maar het dubbele glas is nog perfect.
Ik besluit de laatste stukjes schuimrubber
maar gewoon weg te halen
en het er nog een weekje
mee te doen.
 
Dag drie.
Mist en sneeuw.
Maar ik en m’n skibril
hebben er zin in!
 
Na een paar pistes
zoeken
en rondwaren
van paaltje
naar paaltje,
vind ik mezelf
toch wel een beetje
heel erg
langzaam gaan.
 
Ik zet mijn skibril af,
zou er toch iets mee zijn?
Maar dat helpt niks.
Anderen zien er
ook niets raars aan.
 
Als ik mijn skibril
terugkrijg,
valt me op
dat de persoon
die ‘m teruggeeft
ook zo wazig is.
 
Hoe lang ik al zo rondski
weet ik niet,
maar m’n gewone bril
is compleet beslagen.