Wat een prachtige nazomer.
Midden op de dag
fiets ik naar huis.
Weet je wat?
Ik neem de route langs het meer,
dat ligt er vandaag ongetwijfeld
schitterend bij.
Het is een kleine omweg
en ik weet niet precies de weg,
maar ik fiets gewoon die kant op,
dan komt het vast wel goed.
Ik sla de weg af, het pad op,
was hier ergens een parkeerplaats?
Jeetje, er is echt geen kip.
Vanaf een paar honderd meter voor me
rijdt een auto langzaam op me af.
Met brandende lichten.
Wat doet die auto hier?
Dit is een weggetje
voor fietsers en wandelaars,
mensen die de hond uitlaten.
Onverstoorbaar rijdt de auto op me af.
Ik ben niet bang aangelegd,
maar ik krijg er een raar gevoel bij.
Ik besluit rechtsaf te slaan.
Niet dat ik daarnaartoe moet,
maar dat is echt een fietspaadje,
daar kan hij vast niet in.
Het fietspaadje blijkt breder dan ik dacht.
Er kan ook prima een auto op.
En als ik het paadje volg
kom ik – paniek!
op een doodlopend stukje.
Vol zelfbeheersing fiets ik terug.
Niks laten merken.
Shit! Daar is die auto nog steeds.
Diezelfde witte.
Gelukkig zit hij in ieder geval
niet meer op dezelfde weg als ik.
Ik zie ‘m van de zijkant nu.
Op de deur staan grote, groene letters:
PARKTOEZICHT