
Het is rustig op m’n hardlooproute.
Begrijpelijk; het regent niet,
maar stervenskoud is het wel.
Als ik stilsta om te rekken,
rent er een meisje voorbij.
Onopvallend in het zwart gekleed,
soepeltjes lopend, niet te snel,
achter haar een jongen en een meisje op de fiets.
Ze praten een heel klein beetje met z’n drieën.
Zo terloops als het eruitziet,
zo serieus zal het zijn.
Ik bedoel, welke hardloper heeft er nou
twee man fietsbegeleiding?
Zou dit de afgelaste marathon zijn?
Ik bedoel: ze trainde voor de marathon
maar die ging niet door,
dus nu loopt ze hem zelf, alsnog?
Hoe dan ook, dit meisje is
zo onopvallend mogelijk
een persoonlijk record aan het vestigen.
Langs haar route kijkend
zie ik vijftig meter verderop
midden in het boerenlandschap
een grote tros ballonnen langs de weg,
hoog gehouden door een groepje meiden.
Ze houden kartonnen borden in de lucht
met allerlei teksten erop.
Zodra ze de hardloopster door de bocht zien komen,
beginnen ze te roepen.
Supporters hebben me nog nooit ontroerd,
maar deze meiden, zo plotseling,
in deze stervenskou
in deze middle of nowhere…
“O jee”, zegt het meisje,
“dit is zo lief,
dat ik er bijna van ga huilen.”
Voor de zekerheid kijk ik ook maar
eventjes een andere kant op.
Tevergeefs.
