Lit

Op de fiets
naar mijn werk
word ik zoevend ingehaald
door een gast
met een enorm coole blik
op een opgevoerde e-bike.

Ik heb het nakijken
op m’n ouderwetse barrel,
hij is onbereikbaar
met zijn over-ear koptelefoon
met noise cancelling
en zijn strakke skinny jeans.

Op het moment dat we
door een godstoeval
alsnog voor hetzelfde
rode licht belanden,
blijf ik veilig
achter hem staan
zodat zijn minachtende blik
mij niet meer kan raken.

Als ik heel even
langs hem heen
naar het stoplicht
durf te kijken,
zie ik het bonnetje
van de winkel
achterop zijn broek.

Nieuw

De schilderles van vandaag
gaat over kleuren.

Ik heb me aangemeld
juist omdat ik mezelf
niet van enig talent verdenk;
ik wil iets nieuws doen.

De eerste opdracht is
kleuren mengen.
Het zijn er maar een paar.
Toch ben ik er dik twee uur
mee bezig.

De volgende opdracht is:
schilder een gezicht.
Voor mij is dat
te hoog gegrepen.
Daarom wordt mijn opdracht:
maak maar iets.

Oeps.
Ik voel mijn wangen gloeien.
In opperste concentratie
schilder ik een boom.
Hoe verder,
wat zit er in mijn hoofd?
Voor ik het weet
is er een rivier,
gras, lucht…
en heb ik m’n verwachtingen
driedubbel overtroffen.

Er zijn geen oordelen
in deze les
en dat is precies
wat de cursus goed maakt.
Alles mag er zijn
en heeft zijn waarde.

Toch vind ik dat ik
waardering verdien,
maar de lerares
laat haar blik
snel naar iets anders gaan.

De volgende morgen,
nog steeds trots en gelukkig,
kijk ik naar de foto van mijn werk.

Pas dan valt me op
dat het kleurverloop
– het enige waar de les over ging –
precies verkeerd om zit.