Persoonlijk

Hoera, vandaag heb ik
in Amsterdam centrum
tussen twee opdrachten in
even tijd om met mezelf
koffie te drinken.

Ik kies een mooie plek
en een beroemde kroeg.
Dat is vast duurder,
maar sorry, dit is mijn moment.
Ik ga even genieten.

De serveerster ziet er
hartelijk uit
en doet alles uit haar hoofd.
Zie je wel, het bestaat nog:
geen computersysteem,
maar ouderwets vriendelijke,
persoonlijke bediening.
Ze haalt zelfs eventjes voor mij
– dat is bijzonder in Amsterdam –
een doekje over tafel.

Ik bestel een dubbele latte
met een enkel shot koffie.
Die blijkt nogal sterk;
ik zal wel niet meer gewend zijn
aan een ouderwets goed bakkie.
Het grote genieten begint:
geanimeerde gesprekken,
journalistieke discussies
overal om me heen.
Heerlijk, deze mensen zijn
de wereld aan het redden.

Als ik naar de bar loop
voor de rekening,
kijkt de serveerster me
blanco aan.
“Waar zat u ook alweer?”
Ik wijs naar m’n plek,
maar ze heeft geen idee.
Mensen achter me
beginnen te dringen.
Als ik zeg dat ik een latte had
gaat er langzaam een lichtje op.
“O ja, u was die mevrouw,
die een kleine latte bestelde
met een dubbele espresso.”

Stoplicht

Vandaag ga ik
met het OV naar een klus.
De weg naar de halte
loopt via een stoplicht
met een zebrapad erbij.
Net als ik me
naar het knopje wil bewegen,
komt er een meneer op me af.
Hij loopt een beetje
anders dan ik.
Zijn mond zegt niets,
maar zijn ogen zeggen:
ík wil daarop drukken.
Ik laat hem voorgaan,
zo moeilijk is dat niet.
Als hij op het knopje drukt
is de opluchting bijna tastbaar.

We steken tegelijk over
en wachten op dezelfde bus.
Als die eraan komt,
steekt mijn vriend zijn hand
met kaart
duidelijk de lucht in.
Als de bus voor onze voeten stopt,
stapt hij dolgelukkig in
met een air van
‘zie je wel’.
Sinds hij op het knopje heeft gedrukt,
valt alles voor hem op zijn plaats.

Had ik maar zo’n knopje.