Dankzij alle innovaties
heeft een mens anno nu
eigenlijk geen geheugen nodig.
Geheugen is zelfs ongewenst,
het maakt immers dat je achterloopt.
Zo stapte ik laatst in de verkeerde bus
omdat ik me herinnerde
dat die voor de deur van mijn opdrachtgever stopte.
Maar nu neemt diezelfde bus
een heel andere weg.
Met iedere bocht die we doorgieren,
groeit de paniek in mijn keel.
Wat niet helpt, is dat m’n telefoon mij vertelt
dat de dienstregeling veranderd is
en dat ik, als ik niets onderneem,
een kwartier te laat
en een kilometer te ver
in de stad zal worden gedropt.
Gelukkig heeft mijn klant begrip
en dankzij alle apps en websites
met accurate informatie
valt de schade bij aankomst mee.
Een week later moet ik met de auto
naar een plek waarvan ik al rijdend ontdek
dat die door wegwerkzaamheden is omsingeld.
Als ik de navigatie goed beluister,
mag ik nog een paar dagen rondjes rijden.
De iPhone doet heel erg zijn best,
maar kan mij evenmin de weg
langs de versperringen wijzen.
Ik ben het ontwend, maar vraag de weg
aan een aardige meneer op straat.
Hij moet er even over denken.
Het is een hele reeks van links en rechts,
maar hij is gerust bereid
om die hardop en tegelijk met mij
drie keer te herhalen.
Gespannen tel ik: nu rechts, nu links,
mijn handen klemmen om het stuur.
De rit heeft tergend lang geduurd
en ik moet er heel gestrest uit hebben gezien.
Maar gelukkig heb ik m’n geheugen nog;
mijn bestemming is bereikt.