
Voor mijn werk als tolk
deel ik headsets uit,
vaak aan stellen.
Bijna altijd geven
de man en de vrouw
ieder hun setje aan me terug.
Maar laatst had ik een stel
van wie de man snel wegliep,
zijn set vergetend.
De vrouw pakte beide sets
geruisloos op
en gaf ze aan me terug.
Moet ik hierover schrijven?
Twee dagen later
bedien ik een ander stel.
We krijgen allemaal iets te drinken
en gaan naar een andere kamer toe.
De man laat zijn glas staan,
de vrouw drinkt snel het hare leeg
en neemt het zijne voor hem mee.
Hier moet ik over schrijven.
De wereld moet weten
hoe fantastisch ik ben.
Toen mijn zoon anderhalf was
heb ik hem geleerd
hoe hij zijn puinhoop aan speelgoed
op moest ruimen.
Aan zijn kamer van nu
is dat niet altijd te zien;
toch kent hij het principe.
Die avond zit ik met mijn man op de bank.
We kijken een film,
we pakken een biertje.
Aan het eind van de avond,
grijpt mijn man
met een zoekende arm
naar zijn glas.
Verbaasd vraagt hij:
“Heb je alles al opgeruimd?”
Ik zeg “ja” en ik hoor iets voldaans in mijn stem.
Spontaan reageert hij:
“Fijn.”
