Dagje uit

In een Amsterdamse kroeg
zit ik te werken.
Twee dametjes op leeftijd
strijken neer.

Na een tijdje ruik ik vuur,
staat mijn haar in de fik?
Het blijkt het sjaaltje van een van de dames;
ze heeft ‘m op het waxinelichtje gelegd.

Verschrikt haalt ze haar sjaal van het glaasje:
“Je verwacht toch niet
dat ze hier kaarsjes branden?”
Na een tijdje zitten
zwaait de ander met haar arm:
“Joehoe!
Is het hier zelfbediening?”
Al gauw komt er iemand
naar ze toe.

Als begroeting krijgt hij een veeg uit de pan:
“Ik wil flammkoe-eegen,
want dát is hoe je het uitspreekt.”
Wat volgt is een onnavolgbare preek
over waar de flammkuchen precies vandaan komt.
De bediening ondergaat het gelaten;
natuurlijk hebben de dames gelijk.

“Ze hebben er ook
totaal geen verstand van”
klinkt het als de bediening
weer is vertrokken.
Gelukkig komt het eten snel.
Even later hoor ik:
“Jeetje, wat is het hier gezellig”
“En allerlei mensen, zo divers”
“Die zongedroogde tomaatjes,
die moet je eens proeven!”
Iedereen is leuker
met een volle maag.

Zittend achter mijn laptop
hoor ik:
“Zie je, er zit hier zelfs iemand te werken!”
en ik voel
hoe mijn hart
voor ze open gaat.