Kracht

Bij het zwembad in ons dorp
werken veel vrijwilligers.
Dat geeft een
gemoedelijke sfeer.
Ik wil m’n kaartje
met pin betalen
maar de gepensioneerde caissière
krijgt de pin niet aan de praat.

Het begint steeds langer te duren,
ik zie mijn zwemfeest
al in het water vallen.
Maar gelukkig vraagt ze hulp
aan een jongere professional.

In no-time betaal ik
en loop verder.
Achter me hoor ik haar stem nog:
-“Hoe deed je dat?”
en dan de zijne:
-“Geen idee.”

Leider

Leiderschap?
Ik ben niet thuis.
Ik bedoel,
er is zo veel mis met mij.
Hoe zou ik kunnen leiden?

Net als ik met
een volle bakfiets
een beetje klungelig
sta te draaien
om weg te fietsen,
hoor ik op zo’n vijftig meter
gerammel aankomen.

Een voltallige groep acht
op de fiets
naar een uitje.
Kennelijk hebben ze er zin in;
ze gaan steeds harder fietsen.

Ik twijfel;
als ik zo doorklungel,
kom ik gruwelijk in de weg te staan
en vallen ze allemaal over me heen.
Als ik haast maak,
red ik het?
Dat is maar de vraag.

Ik doe het anders,
adem in,
schouders recht,
borst naar voren,
zo loop ik rustig door
in een tempo waarvan iedereen kan zien
dat ik het niet ga halen.

Opeens hoor ik
de meester roepen:
“Jongens,
zien jullie die mevrouw?
blijf daar maar achter.”