
Toen ze voor het eerst
ruzie hadden,
heeft hij haar
ten huwelijk gevraagd.
Inmiddels zijn ze
bijna 60 jaar samen.
Hij is vaak genoeg ziek geweest,
toch is het ergste hem
– wonderlijk genoeg –
nog altijd bespaard gebleven.
Zo kwamen ze tot hun verbazing
toe aan de volstrekt onverwachte vraag:
stel nou dat je het zou krijgen,
wil je dan weer de IC op?
Het antwoord bleek er niet te zijn;
in al die jaren heeft hij geleerd:
je weet niet hoe het loopt.
Maar de één zonder de ander
of de ander zonder de één…
We werden héél voorzichtig.
Als yin en yang
leefden mijn vader en mijn moeder
samen door de maanden heen.
Elke dag was er
toch weer eentje.
Hij moest voor iets anders
naar het ziekenhuis.
We hielden onze adem in.
Hij had al zo vaak geluk gehad;
wat konden we ervan zeggen?
Je kunt niet weten hoe het loopt.
Over een paar dagen
krijgen ze hun eerste prik.
Wonderen bestaan.