
Vandaag ga ik
met het OV naar een klus.
De weg naar de halte
loopt via een stoplicht
met een zebrapad erbij.
Net als ik me
naar het knopje wil bewegen,
komt er een meneer op me af.
Hij loopt een beetje
anders dan ik.
Zijn mond zegt niets,
maar zijn ogen zeggen:
ík wil daarop drukken.
Ik laat hem voorgaan,
zo moeilijk is dat niet.
Als hij op het knopje drukt
is de opluchting bijna tastbaar.
We steken tegelijk over
en wachten op dezelfde bus.
Als die eraan komt,
steekt mijn vriend zijn hand
met kaart
duidelijk de lucht in.
Als de bus voor onze voeten stopt,
stapt hij dolgelukkig in
met een air van
‘zie je wel’.
Sinds hij op het knopje heeft gedrukt,
valt alles voor hem op zijn plaats.
Had ik maar zo’n knopje.