
Op de fiets
naar mijn werk
word ik zoevend ingehaald
door een gast
met een enorm coole blik
op een opgevoerde e-bike.
Ik heb het nakijken
op m’n ouderwetse barrel,
hij is onbereikbaar
met zijn over-ear koptelefoon
met noise cancelling
en zijn strakke skinny jeans.
Op het moment dat we
door een godstoeval
alsnog voor hetzelfde
rode licht belanden,
blijf ik veilig
achter hem staan
zodat zijn minachtende blik
mij niet meer kan raken.
Als ik heel even
langs hem heen
naar het stoplicht
durf te kijken,
zie ik het bonnetje
van de winkel
achterop zijn broek.