Het was maar een zinnetje.
Of nee: het was maar één zinnetje.
En het maakte het verschil.
Het was een regenachtige zondagmiddag,
zo eentje waarop je aan je goede voornemens toekomt.
Ik wilde lampen kopen op internet.
Het kijkwerk was gedaan,
het koopmoment was daar.
Maar als je het over lampen hebt,
gaat het al gauw over een stevig bedrag.
Dus om dat nou volledig te betalen,
terwijl je – laten we eerlijk zijn –
eigenlijk geen flauw benul hebt
wie er achter die website zit…
Er stond een foto van een winkelpand,
je kon ze bellen, maar niet op zondagmiddag.
Hmmmm… toch maar uitstellen?
Maar ik wilde m’n goede voornemen uitvoeren,
en natuurlijk wilde ik die lampen
inmiddels gewoon hébben.
Tegen beter weten in
doorliep ik het bestelformulier.
Naam, adres, postcode,
o nee, dacht ik: straks krijg je de bezorging.
Waarom ben ik nooit thuis
als er een pakje wordt bezorgd?
En dit wordt zeker een groot pakket.
Arme buren.
Nadat ik zonder enig lezen of nadenken
met alle voorwaarden akkoord was gegaan,
kreeg ik de vraag of het bezorgadres het mijne moest zijn.
Ongemakkelijk nam ik de gok
– voor de zoveelste keer –
ik vulde in: natuurlijk.
En plots was daar die ene zin:
Welke bezorgdag komt u het beste uit?
De keuze was niet eens zo groot,
maar er zat een heuse zaterdag in.
Ik kon mijn ogen niet geloven.
Welke bezorgdag komt u het beste uit?
Vooruitbetalen was geen issue meer,
het was alsof de winkelier voor me stond:
“Dank u wel, graag tot ziens.
Ik wens u een heel fijn weekend.”