
Wie denkt dat ik
de Amsterdamse drukte
op het fietspad
vervelend vind,
heeft het helemaal mis;
je komt er allerlei
mensen tegen.
In een kluwen
voor het stoplicht
valt me op
dat een lange dertiger
wel heel erg lang
aan het woord is.
Tegen wie zou hij het hebben?
Ze blijkt naast hem te staan
en kijkt voor zich uit.
Tweehonderd meter verder
kijkt hij opeens geïrriteerd.
Jawel, hij heeft in de gaten
dat hij inmiddels helemaal
en volledig wordt genegeerd.
Ik denk: nu gaat het gebeuren.
Hij zegt iets liefs tegen haar,
of misschien stelt hij een vraag?
Geef me alsjeblieft een reden
waarom ze naast hem fietst.
Zij slaat rechtsaf
en wil doorfietsen,
maar hij rijdt
regelrecht
en zodat iedereen het ziet
vanuit de kluwen
midden de stoep op.
Zittend op het zadel
blijft hij stilstaan
met zijn voeten aan de grond.
Zijn hand zoekt naar
zijn telefoon.
Hij wenkt haar niet
en vraagt of ze wil wachten.
Hij zegt ook geen sorry,
m’n telefoon gaat.
Hij roept naar haar:
“Ik word gebeld.”