
– “Hey, ga jij óók naar Schiphol?”
Vrolijk wijst hij naar mijn koffertje op het perron.
– “Nee,” zeg ik, “dit is mijn werkkoffer,
m’n rijdende kantoor.
Ga jij vliegen vandaag, zo zonder bagage?”
– “Ja…”, zegt hij,”ik ga naar Londen.”
– “Zomaar, voor een dagje? Wat leuk!”
– “Zeker! Wat voor werk doe jij?”
– “Ik ben tolk.”
Dat vindt hij eigenlijk
té cool om waar te zijn:
“O ja? In welke taal dan?”
Hij bluft iets in zijn beste Engels
om te horen hoe ik terugpraat.
Geïnteresseerd stelt hij nog wat
verkapte vragen
om te kijken of ik
de waarheid wel spreek.
Vriendelijk en geduldig
geef ik antwoord.
We gaan weer verder
met onze telefoons.
Uit mijn ooghoek zie ik
even later
hoe hij het perron oversteekt
en de trein in stapt
naar Utrecht.