
We zijn op het platteland
en ik wil extra lekker brood,
dus ga ik naar de bakker.
Er staat maar maar één iemand voor me,
toch krijg ik spijt.
Wat kunnen die mensen hier
eindeloos staan praten!
Ze heeft al afgerekend,
toch gaat de theevisite door.
Waar ik vandaan kom is zoiets
bijna onbeleefd.
Als ik tien vierkante witte bollen bestel
begint de verkoopster te lachen:
“Weet u wel wat u zegt?”
Het duurt even voordat ik de grap begrijp,
want ja, zo staan ze in m’n hoofd: vierkante witte bollen.
Mijzelf verontschuldigend leg ik uit dat ik schrijf
over de manier waarop ik kijk en denk
en dat mensen daarom kunnen lachen.
Als ik heb afgerekend,
zegt ze dat ik moet blijven schrijven.
Ze pakt pen en papier.
Waar kan ze me vinden?
Ik schrijf het adres op van m’n blog,
we wensen elkaar een fijne dag.
Als ik me omdraai om weer weg te gaan
staan er vier man achter me
rustig in de rij te wachten.