
“Paul! Pau-haul!”
Dertig meter verderop
staat een hondje
dat niet naar de naam Paul wil luisteren.
“Ja, hij is nou al twintig minuten aan het muiten.
Dan wil hij dat ik terugloop naar hem,
dat ik de bal haal!
Maar híj moet de bal meenemen,
niet ik!”
Ik kan mijn lach niet onderdrukken.
Eerlijk gezegd begrijp ik Paul wel.
Hij heeft die bal immers niet weggegooid.
Pauls pootjes staan als in het asfalt gegoten.
Zijn ogen haken in die van het baasje
met een vrolijke, ondeugende blik
die lijkt te zeggen: kóm dan, kóóóm…
Het baasje wens ik beleefd succes toe;
het is mij inmiddels duidelijk
wie van ons drieën de intelligentste spelletjes kan verzinnen,
wie er gezegend is met het beste humeur
en wie er
– in ieder geval vanochtend –
het grootste gevoel voor humor heeft.
(Dank je wel, Monique de Haan van Doorneveld voor het lenen van de hondenbal.)