Ouder dan een jaar of tien
kan hij niet geweest zijn.
Fonkelogen, stralend van plezier
op zijn iets te kleine fietsje.
Het regende verraderlijk.
Zo’n regen die lijkt alsof het niks is,
maar binnen vijf minuten
heb je geen droge draad meer aan je lijf.
Voor dit mannetje
bestond de regen niet.
Hij trapte vol genoegen
in koffiemolentempo.
“Zijn we al over de helft?”
vroeg hij aan zijn vader.
Het was dat het zo lang stil bleef
anders had ik de vader nooit gezien.
Papa was rood aangelopen,
keek verdwaasd om zich heen.
“Of we al over de helft zijn?
Tsja, eens kijken aan wie
we dat zouden kunnen vragen.”
Hoe blij kun je zijn als er een vraag
níet aan jou wordt gesteld?
Ik weet niet of ik had kunnen verbergen
dat ze wat deze papa betreft
het einde wel min of meer hadden bereikt.
Hoe je op je tiende al
personal trainer kunt zijn.
