
Omdat ik tolk ben
stuurt de huisarts
mij na een oorontsteking
naar de audicien
om mijn gehoor te testen.
Er liggen allerlei foldertjes:
Vindt u dat mensen fluisteren?
Heeft u in een drukke ruimte
moeite om anderen te verstaan?
M’n oren blijken prima,
en ik weet weer ietsje beter
wat de waarde daarvan is.
Een paar dagen later
– Valentijnsdag –
ga ik naar de bakker in de stad.
Ik bestel een koala-broodje
en twee frambozengebakjes.
Ik krijg een chocoladebroodje.
Als ik uitleg dat ik geen chocolade-,
maar een koala-broodje wil,
krijg ik dat ook.
En dan nog twee gebakjes.
Als ik betaal, is de rekening wat laag.
Ik vraag aan de verkoopster
of ze alles wel heeft afgerekend?
Ja hoor, klinkt het stellig.
Vriendelijk schuift ze
het chocoladebroodje
naar me toe.
Zoiets weiger ik niet,
laat staan dat ik op m’n strepen ga staan.
De verkoopster doet haar best
en is een stuk ouder dan ik.
Als ik na ons Valentijnsdiner
de taartdoos openmaak,
tref ik maar één gebakje aan.
We delen het gebakje
– hoe romantisch –
en proosten naderhand nog even
op de verkoopster bij de bakker
en op de audicien.