
Ik stap binnen
bij een kroegje
om te werken.
Het is niet zo druk;
toch wordt een
groot deel van de ruimte gevuld
door een kinderwagen,
een baby
en twee mannen en een vrouw.
Er wordt gezellig gepraat
op een iets luidere toon
dan ik hier gewend ben.
Ik doe rustig mijn werk
en let nergens op,
totdat, vreemd genoeg,
zomaar in mijn hoofd
één intrigerende vraag
begint rond te zoemen.
Wie van de twee zou de vader zijn?
Dat die vraag bij me opkomt
verbaast mijzelf nog het meest.
Komt het doordat ze de baby
allebei met een beetje afstand
vast lijken te houden?
Als ze weggaan
en één van de mannen al buiten staat,
voert de ander een fluisterend
kibbelgesprekje met de vrouw.
Over wie wanneer waarheen mag.
Pas dan durf ik toe te geven
dat de vader van de baby
toch echt de man is die me
toen ik binnenkwam al
een iets te grote knipoog
heeft gegeven.