
Zaterdagochtend
half negen.
Het is herfst,
maar vijftien graden.
Als ik mijn fiets pak
om boodschappen te gaan doen
via het paadje achter ons huis,
hoor ik ietsje verderop
een pinnige vrouwenstem:
“Doe je jas dicht!”
Daar komt de buurvrouw aan
met haar twee kinderen,
een jongen en een meisje.
Even later hoor ik
het zusje meedoen:
“Ík luister wél!”
Honderd meter verderop
haalt het broertje mij in.
Zijn knaloranje winterjas
staat godzijdank nog open.
Als hij mij voorbij is
kijkt hij om naar zijn zus
en roept,
zodat de hele straat het horen kan:
“Komop, laten we kijken of
mama ons bij kan houden.”