
Vandaag is een warme dag,
langzaam fiets ik naar m’n werk
langs een schapenweitje.
Een grote groep schapen
staat in de zon.
Als ik langsfiets
zet één van hen
het keihard op een rennen.
Een ander schaapje
rent er achteraan,
al twijfelt ze wel een beetje.
De twee ontsnapte schaapjes
zijn in de schaduw aanbeland.
Het schaapje dat het hardste rende
zet het op een blaten.
‘Kom ook in de schaduw!’ hoor ik,
‘Het is hier lekker koel!’
De grote kudde blaat terug,
keurig netjes,
één voor één:
‘Nee joh, tuurlijk niet!
Het gras is hier veel beter!’
Dan hoor ik het geblaat
van een schaap dat ik tot nog toe
volledig over het hoofd had gezien.
Zij staat in haar eentje
aan het eind van de wei
bij de drinkbak.
‘Jullie zijn allemaal sufferds’ – hoor ik,
‘Kom toch hier in de schaduw staan,
bij het water!’
Jammer genoeg heb ik geen tijd
om af te wachten
waar de kudde
uiteindelijk besluit
te gaan staan:
democratie.