
Na een heerlijke middag
op een zoetwaterstrand,
fiets ik relaxed naar huis.
Achter me hoor ik
hitsige geluiden
van een brommer,
of zijn het er meer?
Op hetzelfde moment
krijg ik een tegenligger:
een rood busje
komt met lekkere vaart
regelrecht op me af.
Het past precies
op dit weggetje.
Ware het niet dat het gegons
van de brommers achter me
iets te snel
steeds luider wordt.
Ik kijk om,
bij wijze van:
je ziet toch wel
dat dit niet past?
Maar ik zie twee ogen
zonder helm
vastberaden om
met man en macht
en met zijn twee volgelingen
in het niet-bestaande gat te duiken.
Ik krijg een duw,
niks aan de hand.
En tot mijn stomme verbazing
past de eerste van de drie brommertjes
in het niet bestaande gat.
Tenminste…
in het voorbij scheuren
hoor ik een keiharde klap.
Hier is iets geraakt.
In haast probeer ik
van de laatste brommer
het nummerbord te onthouden.
Maar tegelijk voel ik me schuldig;
de eerste is altijd de aanstichter,
en de laatste wordt gepakt.
Werk ik daaraan mee?
Gelukkig rijdt het busje gewoon door.
Pas als ik omkijk,
begrijp ik waarom:
als ik het een beetje inschat
is het busje ongeveer net zoveel waard
als die opgevoerde brommer.