
Onze kinderen zijn al een tijdje niet thuis geweest.
Daar kan een mens van alles van vinden,
maar één ding zit gebeiteld:
je hebt meer tijd voor jezelf.
Zoals vanochtend bijvoorbeeld.
Gisteren viel mijn schema tegen,
maar vandaag valt het mee:
ik heb een half uurtje extra.
Och, wat een weelde,
dit moet ik vieren.
Ik pak de kleine espressozetter,
maar tot mijn grote schrik staat die
met water erin in de kast;
er groeien nog net geen plantjes in.
Ik voel verontwaardiging
en onderdruk een opwelling
om luidkeels door het huis te roepen:
“Wie heeft dít gedaan?”
Maar schreeuwen is nooit mijn ding geweest
– niet echt voorbeeldgedrag –
en behalve mij is er niemand thuis.
Mijn man gebruikt de koffiemachine,
nooit de kleine espressozetter.
Blijft er nog één iemand over,
die eigenlijk met koffie drinken is gestopt,
maar die het toch niet laten kan,
om niet vaak, maar af en toe,
toch een kopje koffie te zetten
als ze iets kleins te vieren heeft.
Iemand die daar
speciaal en bij voorkeur
de kleine espressomaker voor gebruikt.
Iemand die beroepshalve
ook nog wel eens afgeleid kan zijn,
als ze met haar handen iets doet
terwijl er ergens in haar omgeving
taal te beluisteren valt.
Ik kan hier nog heel lang over praten,
maar je begrijpt wel wie de schuldige is.