Feedback

Ma-ham, kom eens even?
Op haar mobiel verschijnt
fashion item nummer 37
dat ik deze week
ter beoordeling heb gekregen.
Een shirt, een tas, een broek, een ring;
een middelbare school stelt hoge eisen
aan je verschijning.

We bespreken hoe leuk we het item vinden,
de voors, de tegens
en natuurlijk ook de prijs.
Wat volgt is een onderhandeling
die ik meestal beëindig met:
“Laten we het vanavond
aan tafel even bespreken.”

Sinterklaas is in het land.
Wat zal ik in godsnaam vragen?
Ik heb alles al
en een cadeau is niet waar het voor mij om gaat.
Doe mij de geur van speculaas,
wat grappen en gedichten.

Toch maak ik even tijd
om het Sint iets makkelijker te maken.
Een boek?
M’n boek is nog lang niet uit
en eigenlijk heb ik elke dag
te weinig tijd om te lezen.
Kleding?
Iets lekker warms misschien?
De winter komt eraan
en kou is niet iets waar ik goed tegen kan.

Als ik een mooie fleece gevonden heb,
app ik een foto in de familie-app
met daarbij de vraag:
“Sinterklaas, is dit iets voor mij?”

Het is onder schooltijd,
maar het antwoord komt per kerende post.
Drie schaterlachende smileys
en de tekst: “Ik ga stuk!
Je hebt er wel al vijf of zo.”

Als ik antwoord dat mijn favoriete fleece
misschien een beetje versleten is,
appt Sint vergoelijkend:
“We overleggen vanavond wel even.”

Handen wassen

Zoals je waarschijnlijk weet
ben ik wel eens hockeyscheids.
Een paar weken geleden
– toen dat nog mocht –
floot ik een dameswedstrijd.

We zijn ruim op tijd,
warmgelopen, kennisgemaakt,
goals gecontroleerd,
alles in orde.
Totdat ik zeven minuten voor de start
besef dat ik me eventjes
moet excuseren.

Ik ren naar het damestoilet.
Tijd is tijd, we gaan snel beginnen.
Ik was mijn handen
maar de zeepflacons zijn leeg,
de prullenbakken zitten vol
gebruikte afdroogdoekjes.
Dit is geen goed plan;
met mijn handen hou ik straks mijn fluitje vast
en dat fluitje gaat in mijn mond.

Help! Nu gaan we toch niet
22 eagere speelsters
uitgerekend aan de start
laten wachten omdat een schèids zo nodig
haar handen moet gaan wassen?

Tom Poes, verzin een list.
Weet je wat?
Het herentoilet?
Ik sluip naar binnen,
geen man te bekennen,
gelukkig wel zeep in overvloed
en stapels ongebruikte papieren doekjes.

Soms kun je maar beter
niet zien wat je ziet
of daar in ieder geval
voor het moment
geen conclusies aan verbinden.

Ik was mijn handen in onschuld,
ik ben nergens geweest.
Ziezo, we kunnen op tijd beginnen.
Probleem opgelost.

Mis

Het ijsseizoen begint,
dat betekent twee keer per week
’s avonds een uur rijden
om mijn zoon van het ijs te halen.

Natuurlijk wissel ik af met mijn man
en natuurlijk, elke ouder rijdt zijn kind,
en natuurlijk gun ik hem zijn sport,
helemaal nu,
maar ’s avonds autorijden
is niet bepaald mijn hobby.

Hij traint niet meer zo vaak,
toch zie ik er tegenop.
Twee keer per week zorgen
dat er ’s middags iets warms te eten is.
Toeschouwer zijn bij wedstrijden;
leuk, maar stilstaan in de kou…
ik ben er gewoon niet goed in.

Afijn, het ijsseizoen begint,
je komt er als ouder niet onderuit.
Het voelt alsof ik de achtbaan op ga;
iets waar ik altijd spijt van krijg,
maar ja, ik ben erin gestapt,
het sportseizoen is begonnen.

De dag gaat snel;
voor ik het weet
moet ik gaan.
De sleutel in het contact,
verwarming behaaglijk aan,
op de radio zoek ik
een aangenaam muziekje.

Op de terugweg straks
speelt mijn zoon voor DJ.
Dan gaan we van Lennard
via Jimi naar Goldband
en draaien van alles
wat ik niet ken.

Als ik de snelweg op stuur
daalt langzaam het besef
dat m’n zoon dit jaar eindexamen doet.
Ik geef een trap tegen het gaspedaal;
het ergste van dit stomme gedoe
is dat ik het nog ga missen.

Avondwerk

Met enige regelmaat
werk ik in de avonduren.
Via Zoom of live tolk ik groepsgesprekken
over allerlei onderwerpen
in andermans vrije tijd.

Dat late avondwerk
kost, maar geeft ook energie;
na afloop heb ik altijd iets geleerd
en kan ik de hele wereld aan.

Toch moet je ook op jezelf passen
want avondwerk eist z’n tol.
Niet dat ik daar ook maar iets van merk –
ik voel me een overwinnaar,
ben helemaal bevlogen.
Maar de ochtend erna zijn er van die kleine dingen…
Gisteravond heb ik getolkt,
ik zal je vertellen wat ik bedoel.

Vanochtend blijf ik iets langer liggen,
ik moet immers goed op mezelf passen
maar eigenlijk heb ik geen idee waarom.
Ik voel me energiek en fit,
dus hop, naar beneden, aan het gezinsontbijt.
Na afloop, als we de boel opruimen,
denk ik: wow, hoe komt dat aanrecht zo schoon?
De vaatwasser is uitgeruimd,
alles staat keurig in de kast.
Hoe zal ik mijn compliment verwoorden?
Wie heeft dit zo fantastisch voor mij gedaan?

Net als ik inadem om te vragen
wie ik dit waanzinnige compliment mag geven,
valt me op dat alles wel
héél precies staat waar ik het hebben wil.

Gisteravond laat
toen ik thuiskwam,
heb ik mijn eigen compliment verdiend.

Baas

“Paul! Pau-haul!”

Dertig meter verderop
staat een hondje
dat niet naar de naam Paul wil luisteren.

“Ja, hij is nou al twintig minuten aan het muiten.
Dan wil hij dat ik terugloop naar hem,
dat ik de bal haal!
Maar híj moet de bal meenemen,
niet ik!”

Ik kan mijn lach niet onderdrukken.
Eerlijk gezegd begrijp ik Paul wel.
Hij heeft die bal immers niet weggegooid.

Pauls pootjes staan als in het asfalt gegoten.
Zijn ogen haken in die van het baasje
met een vrolijke, ondeugende blik
die lijkt te zeggen: kóm dan, kóóóm…

Het baasje wens ik beleefd succes toe;
het is mij inmiddels duidelijk
wie van ons drieën de intelligentste spelletjes kan verzinnen,
wie er gezegend is met het beste humeur
en wie er
– in ieder geval vanochtend –
het grootste gevoel voor humor heeft.

(Dank je wel, Monique de Haan van Doorneveld voor het lenen van de hondenbal.)

Carrière

Ouder dan een jaar of tien
kan hij niet geweest zijn.
Fonkelogen, stralend van plezier
op zijn iets te kleine fietsje.

Het regende verraderlijk.
Zo’n regen die lijkt alsof het niks is,
maar binnen vijf minuten
heb je geen droge draad meer aan je lijf.

Voor dit mannetje
bestond de regen niet.
Hij trapte vol genoegen
in koffiemolentempo.
“Zijn we al over de helft?”
vroeg hij aan zijn vader.

Het was dat het zo lang stil bleef
anders had ik de vader nooit gezien.
Papa was rood aangelopen,
keek verdwaasd om zich heen.
“Of we al over de helft zijn?
Tsja, eens kijken aan wie
we dat zouden kunnen vragen.”

Hoe blij kun je zijn als er een vraag
níet aan jou wordt gesteld?
Ik weet niet of ik had kunnen verbergen
dat ze wat deze papa betreft
het einde wel min of meer hadden bereikt.

Hoe je op je tiende al
personal trainer kunt zijn.

Opnieuw

We hebben weer bezoekers in de stad.
Bezoekers zijn geen toeristen.

Deze mensen hebben niet
met een dikke vork geprikt:
doen we Londen, Parijs, Berlijn?
Nee, de keus voor Amsterdam
was een welbewuste.

Een oude dame
hand in hand
met haar nieuwe liefde.
Hij kijkt op een papieren kaart,
zij straalt alsof ze twintig is
en haar lichaam is vergeten.

Geluk wat ooit verloren leek
helemaal opnieuw ontdekt

Als je goed kijkt
zie je in hun blik
de schoonheid van de stad

Liefde

Het is niet makkelijk
uit te leggen
waarom je van iemand houdt.

Mijn man is en kan
natuurlijk de meest
fantastische dingen.

Maar als je daarover schrijft
zijn er opeens veel andere mannen
van wie je zo
oppervlakkig beschouwd
zou zeggen:
zij toch ook?

Ik ken hem als een
uitstekend chauffeur.
Nu hoef je niet heel goed
auto te rijden
om het in mijn ogen
uitstekend te doen,
maar desondanks.

Ook ken ik hem
als realist.
Hij haalt alles uit de kast
om te doen wat juist of goed is.
Maar als dat niet haalbaar is
zal hij dat accepteren.

We rijden de snelweg op.
In mijn ooghoek zie ik vaag
een of andere vlek op de weg.
Een doodgereden dier?

Plotseling wordt er naast me
druk in spiegels gekeken,
geremd, geschakeld, gas gegeven,
we maken een enorme zwieper naar links.

Als we verder rijden
legt hij rustig uit:
“Merels zijn gezelschapsdieren.
De ene was al doodgereden,
de ander zat ernaast.”

Supermarkt

Deze blog is niet geschreven.
Dat spreken jij en ik
nu met elkaar af.

In onze supermarkt
wordt soms zachtjes
gezongen tijdens het werk.
Onderling spreken medewerkers
een mooie, levendige taal.

Bij het koelvak staat er
plotseling uit het niets
een ongelofelijk lief klein meisje.
Meisje, waar kom jij vandaan?
Ze draalt rond de benen
van de schoonmaakster,
ze kletsen in het Engels
over het werk.
Hoe lang zou dit meisje
hier vandaag
nog moeten blijven?
Plotseling voel ik een
onbedwingbare neiging
om nu ter plekke
iets heel liefs te gaan doen.

Maar ik hou me in,
ik zou hen maar verbazen.
Ieder kind met een beetje
ondernemende moeder
is immers wel eens
in een overmachtsituatie
met haar mee naar werk geweest?

Deze blog is niet geschreven.
Want dan komt er misschien
een baas of functionaris
met regels
waarom dit niet mag of kan.

En toch is deze blog geschreven
als eerbetoon aan een dappere moeder
en een meisje dat de wereld veroveren zal.