Blogdown

Leef een maand in slimme lockdown
en je zult weten wie je bent.

Lekker koken vind ik belangrijk
voor een gezin met grote tieners
liefst met zelfgebakken taart in huis.

Maar na een maand lang
uitgebreid koken
met lekker
en o zo verantwoord eten
heb ik het wel een beetje gezien.
Dus kook ik
een weekje makkelijk
maar elke avond na het eten
staren de bakpannen me aan.
Ze kunnen niet in de vaatwasmachine
en je begrijpt natuurlijk al
wie die stomme afwas doet.

Ik besluit dit op te lossen
met een schitterende nieuwe braadpan.
Hij kan in de afwasmachine
en heeft een foolproof anti-aanbaklaag
zodat iedereen ermee kan koken
en ik van die stomme afwas ben verlost.

Dolgelukkig ben ik ermee.
Nooit meer dat volle aanrecht
elke avond vrije tijd.

Gelukkig zijn we met z’n vieren
ieder doet zijn deel in huis.
Vrijdag is supergezellig.
Uit het niets verschijnt er zomaar
zelfgebakken worteltaart
en heerlijke hamburgers
voor het diner.

De nieuwe pan heeft zich bewezen;
ik heb niet gekookt
maar heerlijk gegeten
en straks heb ik m’n handen vrij.

Maar als ik de keuken in ga
loopt die over van de afwas.
Hier is een hele dag gekookt en gegeten
dit past niet in één afwasmachine.

Laat maar lekker staan tot morgen
denk ik,
wat zal ik vanavond gaan doen?

Voor ik het weet hoor ik de kraan al lopen
en zie ik m’n vingers door het water gaan.
De nieuwe pan kan ook met de hand afgewassen.

Leef een maand in slimme lockdown
en je zult weten wie je bent.

Ping!

Een fietsbel is voor racefietsers
of voor oude mensen.
Zeg nou zelf:
wanneer heb jij je fietsbel
voor het laatst gebruikt?

Op de fiets naar m’n werk
kijk ik ver voor me uit.
Midden op de weg
jogt een dikke bos grijs haar.
Duidelijk de risicogroep:
niet zo snel
niet zo recht
verzonken in zijn wereld.

Links geen anderhalve meter
rechts geen anderhalve meter.
Hoe hou je rekening met zo’n man?
Weet je wat?
Ik gebruik mijn bel.
Zijn generatie snapt dat.

Dus Ping!
Maar zijn reactie blijft uit
tot hij plotseling midden op de weg
vlak voor m’n neus
stilstaat.
Ik vlieg er nog net omheen
– geen afstand
maar ook geen ongeluk –
ik kan niet alles vóór zijn.

Even later kijk ik om.
Dat plotselinge stilstaan zal toch…
Hij zal toch niet onwel zijn?

Gelukkig, hij staat nog overeind
pontificaal
midden op de weg
verzonken in
zijn telefoon.
Waar is nou dat appje?

Niets

In tijden van crisis gaat de lat omhoog.

Waar zou je over schrijven?

In mijn omgeving is niets te zien

de kranten staan al overvol

met alles wat mij niet gebeurt

wat draagt een blog nog bij?

Mijn tieners gaan niet meer naar school.

Elke dag krijgen zij

de beste voorbereiding op zelfstandigheid

die je je kunt wensen.

De kantoortuin is voorbij.

Geruisloos, zonder slag of stoot

uit het beeld verdwenen.

Bergen verborgen computervrees

in de loop van jaren ontstaan

zijn in een week bedwongen.

We praten niet meer over het weer

maar over elkaars leven.

Iedereen heeft werk óf tijd.

Ik zeg niet dat het aangenaam voelt

– ook voor een blogger gaat de lat omhoog.

Waar kun je over schrijven als er niets gebeurt?

Things I’ll miss when this is over

Birdsong

Clean air

My incredibly healthy nose and throat 

(frequently washing your hands

I admit

is – indeed – a great idea).

The new juniors in my office

offering fried eggs for lunch 

and homebaked apple pie.

The man who left the shopping centre 

carrying two jigsaw puzzles under his arm.

Coming home from the supermarket

not minding the brand or time lost in the queue 

but happy the stuff was available at all.

Clean windows

Chats with neighbours

Making things work and finding a way

Waking up in the morning 

and deciding:

today I’ll just enjoy 

what’s there.

Up to date

Ook als je goede spullen koopt

kun je niet voorkomen dat

er wel eens iets kapot gaat.

Na zeventien jaar is m’n printer aan de beurt

Zo’n echte ouderwetse printer

met een faxfunctie erop

Op zich was hij ook wel

klaar voor het museum.

Pech, maar ook een beetje

opgeruimd staat netjes

de nieuwe wordt een stuk kleiner

en die dingen kosten niks

Trouwens, less is more

bestaat er niet een share-concept?

Hoeveel print ik nog per jaar?

Wie heeft er vandaag de dag

nog een eigen printer nodig?

Weg met de printer 

dat geeft lucht

en weg met die grote reserve-toner

Eh… wacht even… een volle tonercartridge

voor minimaal 5000 pagina’s

Moet dat ding nu ongebruikt

bij het chemisch afval?

Zo veel vervuiling…

ik aarzel toch een beetje.

Hoe zou het eigenlijk komen 

dat die printer steevast vastloopt?

Oké, het kost een half uur

en ik heb ‘m bijna nog verder gesloopt

maar dan weet ik wat het euvel is.

Mijn printer wil te graag

Voor ieder vel dat nodig is

pakt hij er telkens drie.

Nu gaan we niet emotioneel doen

maar als je een bejaarde printer hebt 

die z’n werk nog zo graag doet

dan heb je het hart toch niet

om ‘m aan de kant te schuiven?

Voor die paar klusjes per jaar

geef ik m’n printer één velletje tegelijk

Dankbaar pakt hij elk papiertje 

met beide handen drie keer aan

en print het in perfectie

Terwijl hij aan het printen is

vraag hij met een klein piepje:

Mag ik een nieuw velletje?

Zo kwam het dat mijn printer bleef

Hij is een beetje van de leg

maar dat maakt hem net zo dierbaar

en hartstikke bij de tijd.

Gescoord

Misschien wist je het al van me: af en toe
ben ik scheids op het hockeyveld.
Het mooie aan deze hobby
is dat zich elke wedstrijd wel iets voordoet
wat ik de volgende keer beter wil doen.
Bovendien leert het mij
omgaan met
en leren van
verschillen van mening.

Een tijd lang was mijn verbeterpunt:
zorg dat je zichtbaar en hoorbaar bent.
Het gekke is dat je
– naarmate je dit beter doet –
steeds onopvallender wordt
omdat je beter wordt begrepen.

Laatst stond ik in de zaal te fluiten.
Het was zo’n onmogelijke zaal
waar twee wedstrijden naast elkaar
in één hal worden gespeeld.

Mijn eerste twee fluitsignalen
voor een onschuldige overtreding
werden door geen mens gehoord.
Tijd om mijn verbeterpunt
van hoorbaarheid en zichtbaarheid
weer eens op te pakken.

Het klinkt zo eenvoudig:
maak je groot, fluit hard.
Maar voor iemand die in haar beroep
juist zo min mogelijk op moet vallen
is het een fikse uitdaging.

Maar ja, ik moest wel,
dus daar ging ik.

Achteraf hoorde ik dat
in het veld naast ons
regelmatig verwarring was geweest.
Eén keer had ik zo hard gefloten
dat de wedstrijd van de buren
in een aanval vlak voor de goal
volledig stil was komen te staan.
De scheidsrechters keken elkaar vertwijfeld aan
heb jij gefloten? Heb ik gefloten?
In die verwarring had een aanvaller
de bal maar gauw het doel in gewerkt.

Aangezien er niet was gefloten
telt zo’n bal gewoon.

Daarmee wordt de gruwelijke waarheid
dat ik mijzelf heb overtroffen.
Ik ben goed hoorbaar en zichtbaar geweest;
ik heb – als scheids – gescoord.

Druk

Ik loop, als ik loop,
telkens dezelfde route.

Avontuurlijk is het niet
maar je hoeft niet na te denken
over je afstand, over links of rechts.
Geen smartwatch, geen oortjes,
zonder voel ik me vrij.
Het belangrijkste is dat ik loop
en dat ik loop voor m’n plezier.
Zo heb ik tijd om rond te kijken
en m’n gedachten te laten gaan.

Rond Kerstmis gaat m’n hardlooptijd
even naar andere dingen
En zo kwam het dat ik van de week
voor het eerst sinds een tijdje
weer m’n eigen hardlooproute liep.

Wat was er opeens gebeurd?
Het leek wel ‘druk’ op ‘mijn’ rondje!
Was deze route soms getipt
op Instagram of in de krant?

Mannen met grijze haren
in korte broeken terwijl het bijna vroor.
Toegegeven: wie zich koud kleedt,
gaat vanzelf een stuk harder lopen.
Of hadden ze zich gewoon vergist?

Lopers van rond de dertig,
sommigen met een grote lach,
anderen met verbeten gezichten
of in zichzelf gekeerd met oortjes in.

Op een bepaalde manier verschilden ze
van de gemiddelde enkeling
die ik gewoonlijk zie.

Waarom precies kon ik niet duiden
tot ik thuiskwam en m’n telefoon bekeek.

Januari, maand van goede voornemens.
De drukte op mijn hardlooproute
is over een tijdje vanzelf voorbij.

Tolk

Tolk zijn is een raar beroep.
Voor de goede orde:
tolken is direct omzetten
van en in gesproken taal.
Als je tolk wilt worden
is het handig om te beseffen
dat je voor je werk
meer dan wie dan ook zult praten.
Je zit niet alleen veel in gesprekken
maar bij een gesprek ben je al gauw
twee keer zo veel als alle anderen aan het woord.
Je tolkt immers de woorden van meerdere sprekers.

Maar wat ik me nu pas realiseer
is dat ik, naarmate ik langer tolk ben
iets veel belangrijkers heb geleerd dan taal.
De kunst om ergens te zijn zonder er te zijn
en nooit te denken dat ik iets weet
ik ben immers te gast in andermans leven.

Zo tolkte ik laatst bij een enorme discussie
over een simpel ogende rekenfout
waarvan niet zeker was of die er wel was
tenminste, volgens de ene partij was het goed
en volgens de andere was het fout.
Maar door ieders stelligheid
was niemand meer zeker van zichzelf.
Een tussenpersoon probeerde helderheid te krijgen.

Toen het na een half uur discussiëren
zonder uitkomst even stilviel
en de dame naast me aan mij persoonlijk
vroeg of ik het wél begreep
heb ik vriendelijk mijn schouders opgehaald:
“Dat is voor de tolk niet belangrijk…”

Writer’s blog

Zou er dan toch iets in zitten?
Blue Monday, ergens eind januari
is kennelijk de meest deprimerende dag van het jaar.
Eind januari is de tijd
waarin goede voornemens sneuvelen.

Dit jaar had ik geen goede voornemens,
net zo min als een nieuwjaarsplan.
Dus wat mij betreft was er niets kapot.

Toch voelde niet alles helemaal heel
en de laatste maanden was er niet één
blog van mij verschenen.

Ik keek naar een overvolle agenda;
m’n to-do-lijst puilde uit.

Hoe hard moet een verplichting zijn
en tegenover wie?

Met de heggenschaar
ging ik de lijst te lijf.
Steeds harder en sneller
sneden de messen
aan beide kanten.

Langzaam snoof ik frisse lucht;
een lege agenda,
een wit blad papier,
een groot stuk natuur om in te bewegen.

Vlak nadat ik
als finishing touch
m’n blog van de lijst verwijderd had,
opende ik opgelucht een nieuw bestand.

Wat er daarna gebeurde,
heeft u inmiddels gelezen.

En

Trots

Soms zou ik willen dat ik een man was
en dat ik niet schreef.

Want weet u, de kans is groot
dat ik dan wat minder last zou hebben
van mijn zelfkritiek.

Wat zou ik ervoor over hebben
om groot te zijn, met een bulderende stem
zodat ik met mijn handen in mijn zakken
en blakend van het zelfvertrouwen
moppen kon staan tappen?

Maar ja, zo ben ik niet.
En iedereen die schrijft,
weet dat een verhaal waarin iets misgaat
veelal toch iets langer kan boeien
dan een verhaal waarin alles loopt.

In het weekend ben ik wel eens scheids.
En nu zou ik u een prachtverhaal kunnen vertellen
van die vlammende corner die ik zag
en van die bruut die ik te slim af ben geweest,
maar interessanter is – u voelt ‘m al –
een verhaal waarin dingen misgaan.

En mis, dat ging het, zo kan ik u verzekeren.
Die éne wedstrijd die hetzelfde leek,
maar anders werd dan alle andere.
Het zonnetje scheen.
De pot ging nergens over – beide teams stonden onderaan.
Iedereen was oké, geen vuiltje aan de lucht.
Wat kon er misgaan?

Nou ja, álles dus.
Mijn medescheids en ik waren niet alert genoeg, niet kort op de bal.
We hadden alles onderschat.
Een pot die nergens over gaat, wordt immers niet gespeeld.
M’n allesverslindende zelfanalyse achteraf zal ik u besparen.
Er waren ook toeschouwers die vonden dat we het prima deden.
We zijn beleefd gebleven.

Na afloop zijn mijn collega en ik
maar even naar de verliezende coach gegaan.
Ik kon geen andere opening bedenken
dan: “Hier ben ik niet trots op.”
Heel even was het stil. Toen klonk het:
“Nou ja, wij hebben ook niet goed gespeeld.”
Na opnieuw een kort stilte
keek ik hem voorzichtig aan.
“Ach, dan hebben we komende week
allemaal weer iets te doen.”

Pas op de terugweg op de fiets
toen de kritiek in leerpunten was omgezet
drong het tot me door.

Ik was wel trots.
Ik was ongelofelijk trots
op hoe mijn collega, de coach en ik
dit na de wedstrijd hadden opgelost.

Als ik een grote man was
en als ik niet schreef,
was dit gesprek vast niet zo gelopen
en was u hier nooit getuige van geweest.

Hoewel een man die niet schrijft
dit natuurlijk ook had opgelost.
Al zou ik nu even niet weten hoe.

Ging er maar meer zoals in de sport.