Mode

Alles is mode.
Telkens als ik denk
dat iets tijdloos is,
kijk ik niet goed genoeg.

Overal rijden
elektrische fietsen
of hippe fietsen
met een mandje,
Swapfietsen,
van Moofs
of zo’n elegant Frans model…

Mijn fiets is niet in de mode.

Dat geeft niet,
hij fietst heerlijk
en heeft me nog nooit
in de steek gelaten.

Maar vandaag zie ik
een mooi retro-model.
Zo’n elegant Frans fietsje
uit de seventies.
Ik vond ze er altijd
wat gammel uitzien,
maar nu voel ik
een steekje van binnen.

De meneer die erop zit
is niet zo ervaren.
Hij rijdt haaks
van de stoeprand
de weg op.
Ogenblikkelijk staat
hij er weer naast
en kijkt zorgelijk omlaag.

Lekke band? Ketting eraf?
Hè, gelukkig.

Dan maar niet in de mode.

School

De vakantie is voorbij,
het hockeyseizoen begint.
Een van de andere moeders
langs de lijn
is lerares op een lagere school.
Ze legt me uit
hoe dat zo’n beetje gaat in de klas
aan het begin van ieder schooljaar:

de eerste weken doet iedereen keurig,
dan wordt de pikorde op de apenrots bepaald,
daarna begint het stof te dalen
en ontstaat er
– bij voorkeur –
een routine.

Drie weken later,
het regent de hele dag.
In mijn inbox
vind ik een wanhopige mail
van mijn dochters
middelbare school.

De titel is
‘Pepernotengevecht’

Nog even volhouden,
dan is het stof gedaald.

Boodschap

De meeste boodschappen
zoals pasta, koekjes en chips
haalt mijn man in het weekend.
Maar praktisch alle groente en fruit
haal ik door de week.

Nadat ik heb afgerekend
en mijn spullen in wil pakken
is de volgende dame aan de beurt.
“Hier”, zegt ze, “vergeet je deze niet?”
Ze geeft me een suikerbrood
dat op de band dreigt achter te blijven.
Ze vervolgt
met medelijden in haar stem:
“Dat is nog het lekkerst.”

Weg

Politiek is niet mijn ding.
Waarom geven we in dit land
zo veel uit aan wegen?

Het lijkt wel of ik
deze zomer
nooit meer in
een authentieke file sta,
maar eindeloos wacht,
of om moet rijden
door werkzaamheden.

We hebben een stikstofprobleem
en een huizentekort,
maar desondanks
timmeren wij
stevig aan de weg.

De brug in dorp
wordt vernieuwd.
Dat betekent
nu al maanden
omfietsen
over steeds andere
maar altijd te smalle paadjes,
langs eeuwig onhandige hekjes
en stoplichten
die overmorgen
nog niet
op groen staan.

Vandaag fiets ik weer eens
richting brug,
benieuwd welk kronkelpad
er vandaag weer voor me ligt
en hoeveel extra tijd
het me deze keer
gaat kosten.

Maar tot mijn stomme verbazing
ligt er een fietspad
met asfalt,
strak zonder omwegen
als een rode loper
voor me uitgestrekt.

Als een prinses
op een Van Moofje
zoef ik naar de overkant.

Het lukt me nog net
om me stil te houden
en de wegwerkers
die naar me kijken
niet hardop te bedanken.

Kracht

Bij het zwembad in ons dorp
werken veel vrijwilligers.
Dat geeft een
gemoedelijke sfeer.
Ik wil m’n kaartje
met pin betalen
maar de gepensioneerde caissière
krijgt de pin niet aan de praat.

Het begint steeds langer te duren,
ik zie mijn zwemfeest
al in het water vallen.
Maar gelukkig vraagt ze hulp
aan een jongere professional.

In no-time betaal ik
en loop verder.
Achter me hoor ik haar stem nog:
-“Hoe deed je dat?”
en dan de zijne:
-“Geen idee.”

Leider

Leiderschap?
Ik ben niet thuis.
Ik bedoel,
er is zo veel mis met mij.
Hoe zou ik kunnen leiden?

Net als ik met
een volle bakfiets
een beetje klungelig
sta te draaien
om weg te fietsen,
hoor ik op zo’n vijftig meter
gerammel aankomen.

Een voltallige groep acht
op de fiets
naar een uitje.
Kennelijk hebben ze er zin in;
ze gaan steeds harder fietsen.

Ik twijfel;
als ik zo doorklungel,
kom ik gruwelijk in de weg te staan
en vallen ze allemaal over me heen.
Als ik haast maak,
red ik het?
Dat is maar de vraag.

Ik doe het anders,
adem in,
schouders recht,
borst naar voren,
zo loop ik rustig door
in een tempo waarvan iedereen kan zien
dat ik het niet ga halen.

Opeens hoor ik
de meester roepen:
“Jongens,
zien jullie die mevrouw?
blijf daar maar achter.”

Verdwaald

’s Avonds
in Amsterdam
zie ik een toerist op straat
die compleet wordt opgezogen
door zijn telefoon.

Kennelijk zit er
niets anders op;
hij besluit iemand aan te spreken.
Hij laat mij zijn schermpje zien
en vraagt:
“Where’s the supermarket?”

Ik giechel niet
en dat is knap;
we staan op de stoep bij Appie.

Vrouw

Vrouw in 2022.
Ik laat de krant
voor wat hij is
en ga een rondje fietsen.

Ik ben nog maar net op pad
op mijn pittoreske route
als de brugwachter
pal voor m’n neus
handmatig de slagbomen
voor me sluit.

Ik zeg alleen maar: “ah…?”
Hij kijkt op
en houdt de slagboom voor me open:
“Kom dan maar, als je snel bent.”

Op de brug zie ik een wielrenner aankomen.
Hij fietst vele malen harder dan ik
en had waarschijnlijk veel eerder dan ik
onder exact diezelfde slagboom
door kunnen schieten.
Maar hij is al vol
in de remmen geschoten.
Hij lacht sportief om zijn verlies:
als man is hij hier kansloos.

Stof

De stofzuiger wil niet meer aan
na jaren trouwe dienst.
Een dag later
werkt hij weer.
Trouw als nooit tevoren.
Aan uit, aan uit,
zo gaat het een paar weken door.
Het lijkt wel of het iets
met het snoer te maken heeft.
Ik hou het snoer
nu helemaal uitgerold.
Dat lijkt te helpen.
Of toch niet?
Weer een week later
is hij echt ter ziele.

We bestellen een nieuwe
op internet.
Twee dagen voor de bezorging
krijgen we tips via de mail:
u krijgt een nieuwe stofzuiger,
waar moet u aan denken?

Tip nummer één
gaat over het snoer.
Veel mensen trekken dat
helemaal uit.
Maar zo gaat het oprolsysteem
of het snoer kapot.
Wees daarom voorzichtig.