Afrekenen

Achter de koffiebar
staan twee studenten.
Het meisje voor me rekent af.
Kijkend naar haar telefoon
vraagt ze, ogenschijnlijk aan de lucht:
“Wat zijn zo’n beetje de kroegen nu?
Waar moet je zijn?
Ja weetje, ’k heb drie maanden gereisd,
dus ik ben er een beetje uit.”

Aarzelend zeggen de mannen
eerst even helemaal niks,
dan komt het langzaam een béétje op gang.
Wat volgt is een gesprek
over wat nu misschien de kroeg moet zijn
waar iedereen zit.
Maar niets is zeker.
Het meisje antwoordt al net zo vaag.
Waar gaat dit over?
Uiteindelijk laten de jongens
heel voorzichtig
een naam van een kroegje vallen.
Het meisje antwoordt:
“Is het daar echt leuk?
Want ja, dat zeggen ze wel,
maar ik ben er nog nooit geweest.
Jullie wel?”
De jongens geven
schokschouderend toe:
het is er wel oké.
Plotseling klinkt haar stem glashelder:
“Dús, dan zie ik jullie daar vanavond?”

Iemand heeft een date.

Zolder

M’n telefoon is net de zolder:
hoe meer ik erin opsla,
hoe meer ik vind.

Ik bedoel:
je gaat naar je telefoon
om iets op te zoeken,
maar je ziet een appje
of Instagram
en voor je het weet
heb je niet gevonden wat je zocht,
maar is er wel een kwartier voorbij.

Met gepaste trots
kan ik vertellen
dat ik daar iets op heb gevonden:
wat nuttig is
staat op m’n eerste scherm.
Social media
staan op schermpje twee.
Zo kan ik nog steeds
een beetje verdwalen,
maar doe ik onder werktijd,
werkgerelateerde dingen.
Andere kasten op m’n zolder
blijven dicht.

Gisteren was ik me
tijdens het koken
al een beetje
aan het verheugen:
hoe zal ik het nieuws gaan brengen?

Vandaag is immers
de fantastische lancering
van deze mega-truc
op m’n blog.

Ik kijk op de kookwekker
van m’n telefoon
en voor ik het weet
ben ik opgezogen.

Geen zorgen:
afgezien van m’n ziel
is er helemaal niets aangebrand.

Maar m’n fantastische lancering
heb ik af moeten blazen,
omdat het vierkantje
met m’n social-media erin
een nieuwe verstopplek
op m’n zolder nodig heeft.

Toxic

Zout- en peperstelletje in een kroeg

Ik stap binnen
bij een kroegje
om te werken.

Het is niet zo druk;
toch wordt een
groot deel van de ruimte gevuld
door een kinderwagen,
een baby
en twee mannen en een vrouw.

Er wordt gezellig gepraat
op een iets luidere toon
dan ik hier gewend ben.

Ik doe rustig mijn werk
en let nergens op,
totdat, vreemd genoeg,
zomaar in mijn hoofd
één intrigerende vraag
begint rond te zoemen.

Wie van de twee zou de vader zijn?

Dat die vraag bij me opkomt
verbaast mijzelf nog het meest.
Komt het doordat ze de baby
allebei met een beetje afstand
vast lijken te houden?

Als ze weggaan
en één van de mannen al buiten staat,
voert de ander een fluisterend
kibbelgesprekje met de vrouw.
Over wie wanneer waarheen mag.

Pas dan durf ik toe te geven
dat de vader van de baby
toch echt de man is die me
toen ik binnenkwam al
een iets te grote knipoog
heeft gegeven.

Voornemen

rivier met fietspad in het schemerdonker
De rivier in het schemerdonker, fietstocht naar werk

Doe jij mee aan de eiwithype?
Dat is toch voor iedereen
die groot en sterk wil worden?
Niet voor mij?

Toch heeft m’n
sportieve dochter
me kort geleden overtuigd:
koolhydraten vóór het sporten
en eiwitten erna.

Poeh! Vandaag is windje vijf
en ik moet op
m’n fiets naar de stad.
Misschien is dit dan het moment
in het nieuwe jaar
om met m’n voornemen te beginnen?

Vanochtend even alleen boterhammen,
de yoghurt bewaar ik voor als ik thuiskom.
Het voelt een beetje licht in m’n buik,
toegegeven, hierop kom je makkelijker in beweging.

Op de fiets, lekker trappen,
ja, dit voelt inderdaad oké.
Alles loopt, wát een ontdekking,
dit gaat góed!

Als ik na een paar kilometer
soepeltjes de bocht om zoef,
merk ik wat er aan de hand was:
ik had wind mee.

Cultuur

Op vakantie
op de Veluwe.
Het is bijna
oud en nieuw.
 
Bij de smid
verkopen ze vuurwerk.
En veel,
het is de laatste keer.
 
Maar wij willen naar
dat andere winkeltje;
een schattig klein winkeltje
waar ze sokken verkopen,
lekkere dikke sokken
en heel veel andere dingen
die iedereen op het platteland
nodig heeft.
 
Het wordt al jaren gerund
door een vriendelijk
oud mevrouwtje.
Inmiddels moet ze
– denken wij –
al zo’n 86 zijn?
 
Als we voor de deur staan
zien we een
handgeschreven A4’tje:
Wij verkopen carbid!

Gratis

Klantvriendelijkheid door computers, humor, satire, smile and the world will smile at you
Humor, human interest, satire, zelfinzicht, smile and the world will smile at you

Lang geleden
had je nog
chagrijnige computers.
Plotseling werd alles zwart
en als gebruiker
zocht je het maar uit.

Maar die tijd is
gelukkig voorbij;
wat er ook gebeurt,
de computer doet zijn best
om mee te helpen.

Als ik m’n password te laat intyp,
geeft de computer tips,
voor als er iets met m’n toetsenbord aan de hand is.
En als hij vastloopt,
zegt hij sorry.

Chat geeft altijd complimentjes.
‘Wat een slimme vraag!’
‘Jeetje, jij slaat de spijker op z’n kop!’
Met al die gratis vriendelijkheid
ga ik natuurlijk
stukken zelfverzekerder
door het leven.

Ook de zelfscankassa
van de Hema doet mee.
Als ik een broodmes scan,
vraagt de kassa vriendelijk
of ik eventjes geduld heb?
Een medewerker komt eraan
om m’n leeftijd te controleren.

Zaterdag

Help! Het is stress vandaag;
vanavond komt de familie eten,
maar ik heb nergens tijd voor.
Gisteravond heb ik boodschappen gedaan
omdat ik wist dat ik geen tijd had.
Maar omdat ik wist dat ik geen tijd had,
zat ik natuurlijk al een beetje in de stress
en ben ik wat vergeten.

Wat ik wil is tijd maken
voor lekkere lasagne,
maar dan een beetje op z’n Engels,
met sherry door de tomatensaus
en een vleugje nootmuskaat.
Ik begrijp dat dit misschien
niet zo lekker klinkt,
maar het is echt waar
en ook echt lekker.

Hoe veel smoezen
heb ik nodig?

Op zaterdagochtend
half twaalf
sta ik in de supermarkt
met een bleke kop
in de rij voor de kassa.
Ik heb geen wagentje
en geen tas,
maar zoutjes in mijn ene hand
en sherry in de andere.

Muis

Sorry.
Ik ben opgegroeid
met computers
mét een aparte muis erbij.
Dat vind ik fijn.

Nadat ik me jarenlang
met een bedrade muis heb gered,
geeft-ie het op
en besluit ik
enigszins in de geest van de tijd
een draadloze muis te kopen.
Ziet er beter uit
en is wel zo handig.

Aan het eind van de dag
ruim ik mijn werkspullen op.
Vanavond ga ik lekker
m’n werk en de wereld
helemaal vergeten.

Als ik na een heerlijk diner
romantisch met mijn man
van de zonsondergang geniet,
zoek ik m’n telefoon
om een foto te maken.

Tot mijn lichte verbazing
heb ik mijn draadloze muis
in m’n zak.

Beethovenstraat

Is het wc-papier
bij de appie
in de aanbieding?

Sommige boodschappen
blijven
een beetje gênant.

In de Beethovenstraat
zie ik allerlei mannen
met grote tassen lopen,
het toiletpapier bovenop.

Een coole gast zit op een e-bike
met achterop een leeg kinderzitje
en voorop een mandje
waar het wc-papier uitpuilt.

Zijn ogen geven mij een staredown;
wee mijn gebeente
als m’n mondhoek vertrekt.