
Achter de koffiebar
staan twee studenten.
Het meisje voor me rekent af.
Kijkend naar haar telefoon
vraagt ze, ogenschijnlijk aan de lucht:
“Wat zijn zo’n beetje de kroegen nu?
Waar moet je zijn?
Ja weetje, ’k heb drie maanden gereisd,
dus ik ben er een beetje uit.”
Aarzelend zeggen de mannen
eerst even helemaal niks,
dan komt het langzaam een béétje op gang.
Wat volgt is een gesprek
over wat nu misschien de kroeg moet zijn
waar iedereen zit.
Maar niets is zeker.
Het meisje antwoordt al net zo vaag.
Waar gaat dit over?
Uiteindelijk laten de jongens
heel voorzichtig
een naam van een kroegje vallen.
Het meisje antwoordt:
“Is het daar echt leuk?
Want ja, dat zeggen ze wel,
maar ik ben er nog nooit geweest.
Jullie wel?”
De jongens geven
schokschouderend toe:
het is er wel oké.
Plotseling klinkt haar stem glashelder:
“Dús, dan zie ik jullie daar vanavond?”
Iemand heeft een date.





